De Voetbaltrainer 261

Pagina 35 van: De Voetbaltrainer 261

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 6 1 2 0 2 1 35 Trainingsvorm 2: Zelfregulatie Organisatie en inhoud Er wordt gespeeld in een overtal van 6+K : 5+K. Aan het begin van de vorm wordt bepaald door middel van een dobbelsteen of kaarten ...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 6 1 2 0 2 1 35

Trainingsvorm 2: Zelfregulatie

Organisatie en inhoud
Er wordt gespeeld in een overtal van 6+K : 5+K. Aan het begin van de vorm wordt bepaald

door middel van een dobbelsteen of kaarten hoe lang de verdedigende ploeg het moet vol-

houden om zonder tegendoelpunt te spelen. Het aantal ogen is het aantal minuten.

Regels
• Houdt de verdedigende partij het vol om binnen de tijd geen tegendoelpunt te

krijgen, krijgen ze de punten van het aantal ogen (bijv. 5 minuten = 5 punten).

• Scoren zij tijdens het spel zelf een doelpunt, dan is dat een extra punt in hun totaal.

Bijvoorbeeld twee doelpunten in vijf minuten speeltijd = 7 punten totaal.

• Krijgt de verdediging wel een tegendoelpunt binnen de tijd, stopt de tijd direct en

heeft de verdediging één minuut om zelf te scoren. Lukt dit niet, dan heeft de aanvallende partij de punten van de dobbelsteen. Lukt dit

wel, dan heeft niemand punten.

Coaching
• Ondersteunen bij het benoemen van de specifieke handelingen die nodig zijn om het doel te bereiken.

• Koppeling maken naar het eerder geleerde. Wat kunnen spelers aan handelingen toepassen om winnend uit het partijspel te

komen. Eventueel met behoud van de eigen speelwijze.

• Helpen met een geschikte veldbezetting en spelintentie om de doelstelling te behalen.

• Sturen tijdens het partijspel.

• Vragen stellen tijdens de evaluatie en het plan aanpassen.

Variatie
• Veldgrootte aanpassen.

• Met gelijke aantallen werken in plaats van overtallen.

• Wanneer de bal uit is niet starten bij de keeper, maar bij een ingooi, corner of vrije trap.

Andere situaties gebruiken met de dobbelstenen/kaarten. Bijvoorbeeld:

• Gooi met een dobbelsteen hoeveel doelpunten een team moet scoren om te winnen. Het ene team moet bijvoorbeeld vier keer

scoren om te winnen en de ander zes keer.

• Het aantal gegooide ogen of de gekozen kaart is het verschil in doelpunten om te winnen.

doelen te stellen, te coachen op de ge-

schikte handelingen en dit vervolgens

met hen te bespreken om het geleerde

te borgen.

Reflecteren en evalueren
Reflecteren en evalueren kent en doet

iedereen wel: even kort de wedstrijd

of een trainingsvorm nabespreken. De

rol van de trainer en de vragen die ge-

steld worden zijn cruciaal in dit pro-

ces. De trainer stelt objectieve vragen

en zorgt ervoor dat spelers nadenken

over wat zij gedaan hebben. Spelers

benoemen concreet wat er goed ging

bij het behalen van de doelstelling,

wat er beter kan, wie zij daarvoor

nodig hebben en wat vervolgstap-

pen zijn. Ook kunnen zij voorbeelden

benoemen van hun eigen handelen.

Videobeelden kunnen een geschikt

middel zijn om reflectieve vragen in

te verwerken over het spel van de

spelers. Een belangrijk aandachtspunt

bij evalueren in groepen is dat spelers

durven te zeggen wat ze echt vinden

en het ook zeggen wanneer zij het

niet met elkaar eens zijn.

Rol van de trainer
Het voetballen voert natuurlijk altijd

de boventoon. Het tactisch en fysiek

periodiseren zal altijd een prominen-

tere plek vervullen bij voetbaltrai-

ners. Feit is wel dat we niet alleen

spelers aan het opleiden zijn om hen

beter te laten voetballen, deze spelers

zijn uiteindelijk ook gewoon men-

sen. En we horen ook de spelers als

mens beter op te leiden voor een rol

in de maatschappij. Of de echte ta-

lenten mentaal klaar te stomen voor

het profvoetbal. Binnen partijspel-

len wordt er door spelers onderling

genoeg feedback gegeven op elkaars

spel. Wanneer dit een negatieve toon

heeft, zegt de trainer vaak: ‘Positief

coachen!’ In plaats van dit te roepen,

heb je als trainer een perfect moment

om naderhand te vragen wat een spe-

ler bedoelde met zijn coaching, wat

hij verwacht van zijn medespeler en

hoe de medespeler dit opvatte. Waar-

schijnlijk levert dit een heel construc-

tief gesprek op. Het is aan de trainer

om de spelers te helpen bij het ont-

wikkelen van hun groeimindset. Deze

mindset ondersteunt het beste bij het

ontwikkelen van mentale vaardighe-

den. In tabel 2 staan voorbeelden van

een stappenplan voor de trainer.

Voor spelers is het bovendien belang-

rijk om mentale vaardigheden aan-

geleerd te krijgen in de context van

het voetbal. Ook al heb je weinig tijd

binnen een week, even vijf minuten

evalueren of een korte feedback-

ronde kan al heel wat opleveren in de

groepsdynamiek. Net als dat fysiek

periodiseren leuker is in partijvormen,

is het leren van mentale vaardigheden

dat ook. Het hoeft dan niet veel extra

tijd te kosten, de resultaten in groeps-

dynamiek zullen er zijn.

32-33-34-35_mentaleperiodisering.indd 35 13-10-21 15:15