De Voetbaltrainer 261

Pagina 39 van: De Voetbaltrainer 261

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 6 1 2 0 2 1 39 De manier waarop Van Lochem denkt over opvoeden of over het omgaan met kinderen, is na zoveel jaren veelal gebaseerd op ervaringen. Er- varingen die hij zelf als ouder heeft, erv...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 6 1 2 0 2 1 39

De manier waarop Van Lochem denkt

over opvoeden of over het omgaan

met kinderen, is na zoveel jaren

veelal gebaseerd op ervaringen. Er-

varingen die hij zelf als ouder heeft,

ervaringen die hij bij de Rotterdamse

club heeft opgedaan maar ook door

ervaringen uit het buitenland.

Reizen
‘Dankzij deze club heb ik veel mogen

reizen. Als ik me wilde ontwikkelen,

ging ik naar Simon Kelder (voormalig

Algemeen Directeur, red.) of Ferry

de Haan (sinds dit seizoen eveneens

voormalig Algemeen Directeur, red.)

met een vraag of een idee en mocht

ik onder andere naar Japan, Koe-

weit, Oekraïne, Australië, Canada

en Amerika. Ik heb gezien dat men

daar anders met kinderen en met

het begrip ‘mentaliteit’ omgaat. Ik

wil niet zeggen dat het daar goed is

en hier slecht, of andersom. Maar er

is een mix nodig. In Canada heb ik

geen speler horen klagen over lang

trainen, of over een hersteltraining.

Of dat er wordt gediscussieerd over

al dan niet ‘maximaal zestig minu-

ten kunnen voetballen’. Hier zijn we

soms jongens van zestien, zeventien

jaar aan het bijsturen op zaken waar-

van ik denk: dat had aan de voorkant

toen ze veel jonger waren al moeten

gebeuren. Er mag echt meer geëist

worden van kinderen. En dat eisen

doen we hier, vind ik, op onze eigen

unieke manier. Spelers warmte ge-

ven, kinderen voelen zich veilig hier

en ze ontdekken zichzelf. Maar: links

is links en rechts is rechts. Wat dat

betreft zijn we hier altijd heel duide-

lijk geweest. Kinderen varen daar het

beste bij.’

Dat kinderen al vroeg denken te

weten wat ze willen en al vroeg den-

ken te weten hoe het moet, heeft

enerzijds te maken met het gebrek

aan sturing. Anderzijds zien ze ook

rolmodellen die zich op een bepaalde

manier gedragen. Volgens Van Lo-

chem heeft dit met positionering te

maken.

Juichen
‘Kijk, als bvo wil je je positioneren

in voetballend Nederland. Maar

datzelfde geldt voor een kind, dat

positioneert zich ook. Waar het om

gaat is dat wanneer ze dat doen op

een manier die volgens ons als club

niet goed is, we ze gelijk een spiegel

voorhouden. Zo hadden we eens een

speler die met een grote capuchon op

langs de directie liep. Dan spreek ik

die jongen erop aan: ‘Zeg, zo denk je

toch niet dat je een contract gaat krij-

gen?’ ‘Trainer, zo had ik daar nog niet

over nagedacht.’ Jongens die zich op

een verkeerde manier profileren, die

krijgen dat te horen. Nee, hier spelen

jongens niet met hun sokken over

de knieën. Dat aanspreken geldt ook

voor ouders die langs de lijn staan.

Dan sta ik te kijken bij een wedstrijd,

en zie een ouder die drie keer juicht

als haar eigen kind scoort. Maar bij

de vierde treffer juicht ze niet. Dan

loop ik ernaartoe en houd haar voor

dat we een teamsport spelen, dus

waarom juich je dan niet als dat

38-39-40-41-42_lochem.indd 39 13-10-21 16:38