De Voetbaltrainer 261

Pagina 41 van: De Voetbaltrainer 261

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 6 1 2 0 2 1 41 ‘Waar is de tijd gebleven dat we zeiden: we moeten gewoon een goal meer maken dan de tegenstander?’ station doordraaiden. Dit leverde zo- veel enthousiasme en binding op, het wa...

D e V o e t b a l t r a i n e r 2 6 1 2 0 2 1 41

‘Waar is de tijd gebleven dat we
zeiden: we moeten gewoon een goal
meer maken dan de tegenstander?’

station doordraaiden. Dit leverde zo-

veel enthousiasme en binding op, het

was gewoon een geweldige avond. Ik

kreeg later appjes van ouders die dit

ook bij hun eigen club wilden gaan

doen en dat is natuurlijk heel mooi

en goed, want je hoeft het wiel niet

opnieuw uit te vinden.’

Van dat ‘opnieuw uitvinden’ heeft

Van Lochem gedurende meer dan

twintig jaar genoeg voorbeelden. Een

voorbeeld is de intrede van nieuwe

woorden en een nieuwe taal in voet-

ballend Nederland.

Taal
‘Ik heb drie jaar geleden eens gezegd:

die twintig jaar Excelsior Rotterdam

kan ik opdelen in vier blokken van

vijf jaar. Elke keer ontstond er een

nieuwe trend. En steeds heb ik sa-

men met de mensen hier gekeken

hoe we daarmee omgaan. Zo erger ik

me de laatste jaren aan die universi-

taire woorden die te pas en te onpas

worden gebruikt voor iets wat al

heel lang bestaat. Neem dat expliciet

en impliciet. Met alle respect, maar

het is gewoon bewust en onbewust.

Onlangs hadden we een HO-overleg

in Zeist en daar kwam al die univer-

sitaire taal ook steeds voorbij. Zit ik

naast mijn collega Edward Sturing

en dan zeg ik ‘Edward, waar is de tijd

gebleven dat we zeiden: we moeten

gewoon een goal meer maken dan

de tegenstander?’ Ik vind dit wel een

gevaarlijke tendens: iedereen moet

hbo-geschoold zijn, er wordt tegen-

woordig te veel in universitaire taal

uitgeschreven. Maar gaan we ons ook

nog eens verdiepen in het kind? Gaan

we ons ook verdiepen in normale

oefenstof? De hotzone, zone 14, ook

zoiets. In 1978 probeerden wij ook

de achterlijn te halen en de bal terug

te trekken, zodat er kon worden ge-

scoord. Kijk: dat ruimtes compacter

zijn, dat omschakelmomenten anders

zijn omdat er vroeger op een ‘lan-

ger’ veld werd gespeeld, dat voetbal

tegenwoordig op hogere intensiteit

gebeurt, met meer atletisch vermo-

gen en dat spelers sterker zijn, is

een gegeven. Maar dat is een andere

discussie. Trends signaleren, erover

nadenken, bekijken wat er bij het dna

van de club past en dát gebruiken.

Wat kunnen we hier toevoegen, zodat

onze jeugdopleiding weer nét ietsje

beter wordt. In de voorbije 23 jaar is

ons dat in mijn ogen steeds gelukt.’

Doorbreken
‘Ik heb Ferry de Haan destijds gezegd

dat hier de komende zes of zeven

jaar genoeg talenten doorkomen

voor in het eerste elftal. Mits je hen

goed opvangt in het stadion. Daarom

ben ik ook blij dat er in Nederland

een Onder 21 is gekomen, waardoor

jonge spelers nog even de tijd krijgen

om die laatste stap te zetten. Maar

die discussie dat er meer spelers

door moeten naar een eerste elftal,

daar mogen we in Nederland best

mee stoppen. Ik heb daar een jaar

of twaalf geleden op een HO-verga-

dering al eens een opmerking over

gemaakt. Als je wilt dat er jaarlijks

een aantal spelers doorbreken in het

eerste elftal van een bvo, dan mag je

tegen de oudere spelers wel zeggen

dat ze op hun 28ste moeten stoppen

anders is er geen ruimte meer. ‘Hoe

bedoel je Marco?’, hoor ik dan. Nou,

als je er jaarlijks vier of vijf wilt afle-

veren, dan krijg je selecties van vijftig

of zestig spelers. Dus ook hier geldt

wat ik al eerder zei over dat verwach-

tingspatroon en realisme: blijf reëel

in wat je verwacht en wees op tijd

tevreden. En ik denk dat we dat hier

mogen zijn. De voorbije 23 jaar zijn er

genoeg spelers doorgebroken in het

eerste elftal. Er zijn spelers verkocht

en er zijn spelers die via ons ergens

anders doorgebroken zijn. Dat heb-

ben we gewoon goed gedaan.’

Naast ‘positionering’ en naast ‘voet-

baltaal’, is er nog een tendens die

Van Lochem beetje bij beetje het

jeugdvoetbal in heeft zien sluipen: de

zaakwaarnemer.

Miljonair
‘Onlangs had ik er met een collega

HO een gesprek over. Spelers wil-

len minder werken, maar wel voor

meer geld. Bij sommige ouders en

bij sommige jeugdspelers leeft het

idee dat ze in no-time miljonair kun-

nen worden. Ik maak mij daar wel

zorgen over. Hoe kan dit en waarom

denken we er zo makkelijk over? De

opkomst van zaakwaarnemers heeft

daar zeker mee te maken. Vroeger

stond er hier één scout langs de lijn

en af en toe een zaakwaarnemer. Dit

seizoen stonden hier bij de eerste

competitiewedstrijd negen scouts van

negen verschillende bvo’s langs de

lijn. Négen! En dan ook nog eens een

stuk of tien zaakwaarnemers! Daar

heb ik als HO ook mee om te gaan.

Kijk, ik vind dat ik verantwoording

schuldig ben aan ouders en aan kin-

deren die hier voetballen. En niet aan

de zaakwaarnemer. Die laatste is hier

welkom, begrijp me niet verkeerd.

Maar zaakwaarnemers moeten hier

niet aankomen met praatjes dat spe-

lers hogerop kunnen, of dat spelers

beter verdienen. Volgens mij hebben

wij als club een speler gescout en die

speler beter gemaakt op de voor ons

kenmerkende manier. En daardoor

staat die zaakwaarnemer hier nu

langs de lijn.’

Laatbloeiers
‘In de hedendaagse maatschappij,

waar wij als jeugdopleiding een on-

derdeel van zijn, gaat alles eigenlijk

‘Der Marco ist
nicht streng,
der Marco ist

deutlich’

38-39-40-41-42_lochem.indd 41 13-10-21 16:38