Spelprincipes: methodische stappen (deel 1)

Pagina 1 van: Spelprincipes: methodische stappen (deel 1)

- 18 - 1.5 methOdISche OpbOuW De in de vorige paragraaf vetgedrukte spelprincipes worden uitgewerkt in dit boek door middel van minimaal tien trainingsvormen. Hierbij proberen we zo veel mogelijk de complexiteit te laten toenemen via m...

– 18 –

1.5 methOdISche OpbOuW

De in de vorige paragraaf vetgedrukte spelprincipes worden uitgewerkt in dit boek door middel
van minimaal tien trainingsvormen. Hierbij proberen we zo veel mogelijk de complexiteit te laten
toenemen via methodische stappen. Dit geven we ook aan door middel van een zogenaamd
‘sterrensysteem’: H voor basale trainingsvormen, HH voor een gemiddeld niveau en HHH voor
gevorderden. Maar hoe men zichzelf hier moet inschalen, zal voor iedereen verschillend zijn. Een
seniorentrainer die voor het eerst gestructureerd met een spelprincipe aan de slag gaat, kan net
zo goed met een 1-ster-oefening beginnen als een pupillentrainer die dit doet omdat hij met de
jongste jeugd werkt. Doorgaans zou je voor een gemiddelde jeugdopleiding kunnen stellen: H is
voor de onderbouw, HH voor de middenbouw en HHH voor de bovenbouw.
De methodische stappen kunnen op minimaal 2 manieren worden aangepast. In de eerste
plaats kun je als trainer binnen dezelfde trainingsvorm andere, meer complexe accenten leggen
of eisen stellen. Hiervoor gebruik je je coaching of verander je op detailniveau de organisatie.
Bijvoorbeeld door afstanden te vergroten of te verkleinen. Op de tweede plaats kun je ook kiezen
voor geheel andere, meer complexe trainingsvormen. Zo lijkt het niet raadzaam om bij de jongste
jeugd direct met ingewikkelde positiespellen van 8:6 te beginnen.
In de coaching bij de diverse trainingsvormen houden we doorgaans een gemiddeld niveau of
taalgebruik aan. Het is namelijk niet zo dat trainingsvorm 1 onder elk spelprincipe uitsluitend
geschikt is voor de jongste pupillen en de laatstgenoemde trainingsvorm voor het profniveau.
Het is belangrijk dat men als trainer een geschikt taalgebruik hanteert bij de eigen spelers. Wat
begrijpen ze? Welke terminologie wordt in het team gebruikt?

In de volgende hoofdstukken werken we 6 spelprincipes uit. De opbouw is methodisch. Dat wil
zeggen dat er van makkelijk naar moeilijk wordt gewerkt en van eenvoudig naar complex. We
onderscheiden in dit boek de teamfuncties aanvallen en omschakelen na balverlies. In boek 2
komen het spelprincipe ‘spelplezier’ en de spelprincipes binnen de teamfuncties verdedigen en
omschakelen na balverovering aan bod.

Aanvallen
• Tegenstander uitspelen (p. 20)
• Bewegen om je directe tegenstander kwijt te raken en/of aanspeelbaar te worden (p. 54)
• Diepteloopacties achter de verdediging van de tegenpartij (p. 70)
• Benutten van de derde man (p. 96)

Omschakelen na balverlies
• Zo snel mogelijk achter de bal komen (p. 110)
• Direct druk op de bal (vijfsecondenregel) (p. 128)

2021_04_Binnenwerk_Methodische_stappen_bij_spelprincipes_boek_1.indd 18 09-04-21 13:59