Als ambitieuze topclub hoor je er tegenwoordig niet meer bij zonder extra belijningen op de trainingsvelden. Clubs als Manchester City, Atlético Madrid en Bayern München laten de terreinknecht niet alleen de standaard lijnen van het voetbalveld kalken, maar creëren ook extra zones. Op Google Earth is te zien welke keuzes clubs hierin maken en navraag bij verschillende trainers leert welke bedoelingen zij hiermee hebben. Zo komt onder meer de halfspace, met alle voordelen van dien, aan bod.

Erik ten Hag

In De Voetbaltrainer 220 spraken we Erik ten Hag, toen nog in dienst van FC Utrecht, over de extra kalklijnen die op het trainingsveld waren aangebracht (afbeelding 1). Die maakten vijf verticale stroken zichtbaar en worden nog steeds gebruikt, ook nu Ten Hag al enige tijd vertrokken is. Ten Hag legde destijds helder uit wat hij ermee beoogde: ‘De extra lijnen op het veld zijn een vorm van communicatie. Ze vergroten de oriëntatie van de spelers. Verdedigend bijvoorbeeld: hoe ver kom ik naar binnen om te knijpen? Dat heeft z’n grenzen, net als doordekken. Ook in balbezit hebben de lijnen een functie. We willen graag een overtal creëren op het middenveld, maar wel altijd gestaffeld, met diagonale passlijnen en driehoeken. Belangrijk daarvoor is dat er altijd een of twee spelers diepte kiezen of daar in elk geval mee dreigen, zodat er achter hen meer ruimte ontstaat. Die lijnen staan er niet in wedstrijden, maar mijn ervaring is dat spelers wel meer gevoel krijgen voor bepaalde situaties. Dat is een gevolg van herhalen, herhalen en nog eens herhalen. Daardoor verbetert de samenwerking.’

halfspace Ten Hag
Afbeelding 1 – Het trainingsveld van FC Utrecht onder trainer Erik ten Hag, waarop vijf verticale zones zichtbaar zijn. Ze worden nu nog steeds gebruikt bij FC Utrecht.

Halfspaces

Het meest sprekende voorbeeld van een trainer die actief gebruikmaakt van bepaalde zones op het veld is Manchester City-trainer Pep Guardiola. Al in zijn Bayern München-tijd maakt hij de spelers attent op de voordelen van balbezit in de halfspaces. Het is dan ook geen verrassing dat de kalklijnen op het trainingscomplex van Manchester City deze ruimtes zichtbaar maken (afbeelding 2). Elke zone is tussen de 13 en 14 meter breed. Van boven naar beneden gekeken vormen de halfspaces de tweede en vierde strook. Een speler die balbezit heeft in een halfspace kan de voordelen van de vleugel en de as combineren. In de as sta je dicht bij het doel, maar is het over het algemeen erg druk. Op de vleugel is juist meer tijd en ruimte, maar is de afstand naar het doel groter. De halfspace vormt daarin een ideale middenweg. Bovendien kan vanuit deze zone beter een schuine dieptepass worden gegeven. In De Voetbaltrainer 220 en het e-book ‘Veldindelingen’ is hierover meer te lezen.

halfspace Guardiola
Afbeelding 2 – Het trainingsveld van Manchester City op de Etihad Campus, met vijf zones in de lengte van het veld die de halfspaces (zone 2 en 4) zichtbaar maken.

De buitenste banen en de middelste baan tegen elkaar afgezet

Een speler die aan de bal is in de as (de middelste van de vijf banen) wordt geacht om, binnen het bereik van zijn traptechniek, alle stroken te kunnen bereiken. De halfspaces zijn dichtbij en ook beide vleugels zijn prima te bereiken. Hij heeft dus qua bereik veel keuzemogelijkheden: een groot deel van het speelveld is direct toegankelijk met één pass. Bovendien kan hij alle richtingen op. Zou je acht richtingen onderscheiden (recht en diagonaal), dan kan een speler vanuit de as acht kanten op. Hij is daarnaast vergeleken met de vleugel dicht bij het doel. Anderzijds is er aan de zijkant vaak wel meer tijd en ruimte. De meeste teams staan zo gepositioneerd dat de focus ligt op het dichthouden van het centrum, omdat die de snelste weg naar het doel biedt. De druk op de bal is daarom vaak laag in de horizontale stroken aan de zijkant. In het centrum daarentegen is die pressie op de bal groter.

Het grote voordeel van de halfspace

De halfspaces bieden de ideale middenweg tussen beide uitersten. De meeste voordelen blijven behouden, zonder dat daar veel van de nadelen tegenover staan. In de halfspace is het bereik relatief groot; alleen de vleugel aan contrakant is moeilijk bereikbaar. Vanuit de halfspace kan een speler alle richtingen op en de weg naar het doel van de tegenstander is relatief kort. Daarentegen is er meer tijd en ruimte dan in het drukke centrum, heeft een speler een beter overzicht en is balverlies in die zone minder gevaarlijk dan in de as. Een ander voordeel van de halfspaces is de passrichting. Met een verticale pass, van achteren naar voren, wordt snel veel afstand richting het doel van de tegenstander overbrugd. Een nadeel zou kunnen zijn dat de ontvanger van de pass de bal meestal met zijn rug naar het doel ontvangt en daardoor moeilijk kan zien wat er achter hem gebeurt. Een diagonale pass biedt daarom veel voordelen. De ontvangende speler kan gemakkelijker opengedraaid staan. Daarbij verplaatst zo’n pass het spel naar voren, waardoor de tegenstander zal moeten anticiperen.

Trainingsvormen

De belijningen die clubs aanbrengen op trainingsvelden hebben daarnaast nog een belangrijk ander voordeel. Ze kunnen dienen als vakken voor trainingsvormen zoals positiespelen en partijvormen. Een voorbeeld daarvan is een partijspel dat FC Utrecht speelt op één groot doel met keeper en één klein doel per zijde (afbeelding 9). Zoals gezegd worden nog steeds de lijnen gebruikt die onder Ten Hag werden geïntroduceerd. Op die manier kan de halfspace ook in de trainingsvormen worden gebruikt. De video die bij deze vorm hoort, is voor abonnees te bekijken in de Mediatheek van De Voetbaltrainer, in het menu ‘Oefenstof’.

Afbeelding 4 – FC Utrecht gebruikt de extra kalklijnen ook om het speelveld af te bakenen tijdens trainingsvormen.
CoachVak

In CoachVak vind je een archief vol met artikelen uit oude vakbladedities, met een handige zoekfunctie op onderwerp en leeftijdsgroep.