De Training

Het doel van een zinvolle training

Trainen is het vereenvoudigen van voetballen, afgestemd op leeftijd, niveau en beleving van je spelers. In een training kun je dingen doen die in een wedstrijd niet kunnen. In oefen- en partijvormen die zijn afgeleid van een echte wedstrijd help je spelers met het oplossen van spelsituaties in het aanvallen en verdedigen. Je brengt deze punten onder de aandacht door vereenvoudigingen van het spel en door het geven van gerichte aanwijzingen.

In de training vereenvoudig je spelsituaties door minder spelers op te stellen en door de ruimte en regels aan te passen. Je kunt het spel een keer stilzetten, een vraag stellen, iets zelf voordoen of een speler iets voor laten doen, en je kunt de vorm makkelijker of moeilijker maken. Allemaal dingen die op zaterdag niet kunnen. Hoe eenvoudiger de oefenvorm, hoe overzichtelijker de situatie voor spelers. Hoe meer herhalingen ze van die situatie ervaren, hoe meer ze leren, hoe groter de kans dat ze tijdens de wedstrijd verbeteringen in hun spel laten zien.

Voetbalecht trainen

Spelers leren voetballen door te voetballen, niet door rondjes om het veld te rennen of alleen maar af te ronden op doel. Spelers leren voetballen het beste in vereenvoudigde spelsituaties. Door zelf echt doelpunten te kunnen maken en zelf doelpunten te voorkomen. Oefenvormen zijn vaak goed als ze ‘voetbalecht’ of ‘wedstrijdecht’ zijn, als de basiskenmerken van een echte voetbalwedstrijd behouden zijn gebleven in de vorm.

Wat is voetbalecht of wedstrijdecht trainen?

Er moet minimaal sprake zijn van:

  1. Een bal
  2. Twee teams
  3. beide teams moeten kunnen scoren en
  4. doelpunten voorkomen
  5. een afgebakende ruimte
  6. richting
  7. spelregels

Zo kunnen in de simpele vorm ‘1-tegen-1 lijnvoetbal’ nog altijd twee partijen scoren; twee partijen zoeken oplossingen voor een situatie. Wat moet ik doen als ik de bal heb? En wat als hij de bal heeft? Stel dat jouw team vaak in kansrijke posities komt, maar het team daaruit weinig tot scoren komt. Sommige trainers kiezen er dan voor om eindeloos te oefenen op het afwerken op doel. Maar in de oefenvorm ‘2-tegen-1 plus keeper’ breng je ze in de wedstrijdechte situatie die ze vaak ervaren.

Onder druk van één verdediger en in samenwerking met één medespeler komen je spelers vaak in een echte, kansrijke positie en kunnen ze veel oefenen op het scoren. De kans dat ze dit in de wedstrijd op zaterdag laten zien, wordt daarmee groter.

Vier gouden trainingsprincipes

1 Voetbalecht trainen

Bied je spelers oefenvormen met voetbalechte situaties waarin ze herkennen wat ze oefenen. Loopladders, rondjes rennen, kopgalgen, ingewikkelde passeerbewegingen: prima voor beroepsvoetballers en andere liefhebbers, maar zonde van de beperkte tijd die jij met je spelers hebt. Hoe kleiner het verschil tussen de situatie van de training en die van de wedstrijd, hoe groter de kans dat ze het geleerde ook toepassen in de wedstrijd. Het idee dat er ‘echt’ wordt gevoetbald motiveert ze ook tot een grotere inzet.

2 Veel prikkels en plezier

Bij trainen gaat het niet alleen om voetbalechtheid, maar ook om veel herhalingen. Op zaterdag spelen ze in grotere wedstrijdvormen, maar trainingspotjes in kleinere aantallen vinden ze vaak leuker dan grote partijvormen, omdat ze dan meer balcontacten hebben. Kleinere teams, een kleiner veld en kleinere doelen houden spelers dichtbij de essentie van voetbal. Bovendien kun je zo bepaalde aspecten van het spel aan de orde laten komen. Hoe meer prikkels in een uur training, hoe meer plezier, hoe meer ze leren.

3 Coaching en organisatie

Probeer je spelers bij elke trainingsvorm in een situatie te manoeuvreren waarin ze vaak toekomen aan het doel wat jij voor ogen hebt. Dat kan door het veld kleiner of groter of smaller of breder te maken, of te variëren met het aantal doeltjes of spelers. Als jij verder geen aanwijzingen geeft, biedt die situatie toch al een leereffect. Bovendien biedt zo’n snel uit te leggen vorm jou je tijd om te observeren. Rangschik hoedjes en doeltjes zodanig dat je de organisatie tussentijds eenvoudig aanpast en de situatie makkelijker of moeilijker kunt maken.

4 Afstemming op leeftijd, niveau en beleving

Houd altijd rekening met de spelers in jouw team, stem de oefenvormen op hen af. Oefenvormen van andere trainers of teams zien er vaak interessant uit, maar de afstemming op jouw team is essentieel voor het laten lukken van de oefenvorm. Een oefenvorm moet kunnen lukken, spelers moeten het gevraagde kunnen uitvoeren. Hoe meer jij rekening houdt met je spelers, hoe succesvoller de training!

Voor de training

Maak het jezelf gemakkelijk tijdens de training. Denk vooraf na hoe je ervoor gaat zorgen dat alles soepel verloopt. Bedenk vooraf waarop je wilt trainen, hoeveel ruimte en tijd je hebt, welke materialen je nodig hebt en hoeveel spelers er zijn.

Pak het slim aan

Wil je het voetbal van je team elke week verder ontwikkelen? Pak de training dan systematisch aan. Niet vandaag dit en volgende week weer iets anders. Af en toe wat nieuws en wat variatie op eerdere trainingsvormen is natuurlijk belangrijk, en soms heb je op zaterdag iets gezien waar je die week erop graag aan wilt werken, maar structuur en continuïteit zijn ook belangrijk. Spelers weten anders niet waar ze mee bezig zijn en ze gaan dan minder snel vooruit.

Wil je pupillen leren niet steeds voor de lange halen naar voren te kiezen, maar met individuele acties en/of verzorgd positiespel en via bijvoorbeeld goed gebruik van het middenveld een aanval op te bouwen? Dan is het zaak gedurende een aantal weken achter elkaar hierop te oefenen. Werk hiertoe tijdig een trainingsplan uit. Wat oefenen we precies wanneer? Welke oefenvormen horen erbij? Bij elke leeftijdsklasse horen specifieke doelstellingen en oefenvormen die passen bij de mogelijkheden van die leeftijd. Elke oefenvorm kun je eenvoudig of meer complex aanbieden.

Rinus KNVB

Kijk snel op www.knvb.nl/Rinus, hier vind je honderden losse oefeningen, volledige trainingen en meerweekse programma’s uitgewerkt voor iedere leeftijdscategorie.

Welk trainingsdoel past bij mijn spelers?

Stem het doel van de training af op je team, en laat daarbij leeftijd, beleving en niveau bepalend zijn. Steek een oefenvorm liever iets te makkelijk dan te moeilijk in, zodat het de spelers meteen goed afgaat, en maak het daarna moeilijker. De KNVB heeft voor elke leeftijdscategorie een doel uitgeschreven. Als spelers doorgroeien naar een volgende leeftijdscategorie, komt er een doel bij. Zo beperkt het doel bij de mini-pupillen zich tot het leren beheersen van de bal, een doel dat tot en met de A-junioren blijft gelden. De doelen zijn afgestemd op de leeftijd van de kinderen maar zijn tegelijk in één oefenvorm trainbaar.

LeeftijdVoormalige categorieWedstrijdvormDoelstellingAccenten en karakteristieken van de voetbalhandelingen
O.6 – O.7Mini- pupillen2 tegen 2
4 tegen 4
Leren beheersen van de balBAL IS DOEL
O.8 – O.9F-pupillen6 tegen 6Doelgericht leren handelen met de balBAL IS MIDDEL
O.10E-pupillen6 tegen 6Leren samen doelgericht te spelenBAL IS MIDDEL IN SAMENWERKEN
O.11D-pupillen8 tegen 8Leren samen doelgericht te spelenBAL IS MIDDEL IN SAMENWERKEN
O.12D-pupillen8 tegen 8Leren spelen vanuit een basistaakWEDSTRIJD IS MIDDEL

Jij en je spelers: vier kwaliteiten

Het staat je vrij om, binnen de verenigingsregels, je rol als trainer-coach op jouw eigen manier in te vullen. Het is zelfs van belang dat je er veel van jezelf in stopt, je eigen stijl, je eigen ervaringen. Dat draagt eraan bij dat jij dit met plezier zult blijven doen. Tenslotte wil je spelers met plezier beter leren voetballen, met inzet van je eigen kwaliteiten. Voor het begeleiden van je spelers zijn er vier kwaliteiten waar je op kunt terugvallen. Iedereen heeft ze in zich en je kunt ze met dit boekje verder ontwikkelen. Deze kwaliteiten gebruik je voor, tijdens en na de training en de wedstrijd, binnen en buiten het veld.

De vier kwaliteiten voor het begeleiden van een succesvolle trainer-coach

  1. STRUCTUUR BIEDEN: afspraken maken en handhaven
  2. STIMULEREN: motiveer en coach je spelers positief
  3. INDIVIDUEEL AANDACHT GEVEN: geef elke speler aandacht
  4. VERANTWOORDELIJKHEID GEVEN: maak je spelers zelfverantwoordelijk, stapje voor stapje, seizoen voor seizoen.
Cover