Weinig onderdelen binnen het voetbal geven zoveel voldoening – voor spelers én trainers – als een geslaagde opbouw van achteruit. Onder de hoge druk uit spelen betekent vaak dat de ruimtes groot zijn, tegen een tegenstander die met veel mensen voor de bal staat. Wat zijn de do’s en dont’s binnen opbouwen van achteruit? Welke accenten kun je als trainer leggen? En hoe maak je dit trainbaar?

Risico-afweging

Voetbal is in feite een spel van risico-afwegingen. Als je altijd de veilige keuze maakt en de bal lang speelt naar de spits, krijg je weinig counters tegen. Domineren en veel kansen creëren is dan alleen erg lastig. Blijf je te allen tijde kort en laag opbouwen, ook als dit veel te gevaarlijk is, dan roep je de problemen eveneens over jezelf af.

Kortom, een cruciaal startpunt in het spelen van de opbouw van achteruit is: hoeveel risico ben je bereid te nemen? Dit hangt onder meer af van onderstaande factoren.

  • Leeftijd. Bij jonge spelers, voor wie vooral ontwikkeling belangrijk is, neem je eerder fouten in de opbouw op de koop toe dan bij senioren, waarbij het resultaat boven alles gaat.
  • Kwaliteit. Hoe beter je spelers de opbouw van achteruit al onder de knie hebben, hoe meer risico je hierin kunt nemen. Anderzijds: je moet ergens beginnen. Al doende leert men.
  • Situatie. Soms leent een bepaalde situatie in het veld zich ervoor om kort op te bouwen. Als er een overtal is, bijvoorbeeld. Soms is het verstandiger om lang te spelen.

Doeltrap

Tot enkele jaren geleden moest de eerste pass na een achterbal vanuit het doelgebied búiten het strafschopgebied worden gespeeld. Nu dat niet meer hoeft, is opbouwen vanuit de doeltrap gemakkelijker geworden. De ontvangende speler heeft altijd wat tijd en ruimte om oplossingen te verzinnen. Voor de tegenpartij verandert ‘vastzetten’ in ‘drukzetten’.

Idealiter neemt de keeper de doeltrap en zijn de centrale verdedigers het eerste mikpunt. Bij teams die in een formatie spelen met twee centrale verdedigers, zie je vaak dat zij beiden aan een kant naast de keeper starten (afbeelding links). Teams die met drie centrale verdedigers starten, schuiven de middelste van de drie vaak door naar voren, zodat hij de keeper niet in de weg loopt. De vier spelers vormen nu samen een ruit (afbeelding rechts).

De backs kiezen vaak aan de zijlijn positie, soms wat hoger, een andere keer wat lager. Zij zoeken vooral naar ruimtes. Dekt de tegenstander bijvoorbeeld back-op-back door, dan kan het verstandig zijn ver uit te zakken (afbeelding links). Zo vergroot je de afstand die de back van de tegenstander moet overbruggen. Staat een buitenspeler half-half, dan kan het slim zijn juist wat hoger te spelen (afbeelding rechts). Kortom, de back kiest zo positie dat hij de ruimtes voor zichzelf zo groot mogelijk maakt, afhankelijk van hoe de tegenstander positie kiest.

opbouw van achteruit via uitzakkende back
opbouw van achteruit via hogere back

De middenvelders kunnen naar de bal toe komen om extra opties te creëren. Soms is het echter verstandiger weg te blijven. Dat is vooral een goede optie als er (inclusief of liever nog exclusief keeper) al een overtal is gecreëerd. De aanvallers loeren op een lange bal of zelfs een dieptepass achter de verdediging, die vaak in een hoge lijn speelt. Spelen zij te ver naar achteren, dan worden de afstanden te groot en staat het team in de lengte niet compact.

Open spel

De manier waarop je de opbouw van achteruit speelt, is sterk afhankelijk van hoe de tegenstander drukzet. Die bepaalt tenslotte waar ruimtes vallen. Hieronder bespreken we de vier meest voorkomende manieren van hoge pressie van de tegenstander.

1. Met één spits (boogje lopen)

Oplossing: de vrije man is de andere centrale verdediger. Hem rechtstreeks bereiken is lastig, dus is er een andere aanpak nodig. Een vaardige centrale verdediger kan bijvoorbeeld even versnellen richting middenveld, waardoor de passlijn wél openligt. Of hij gebruikt de keeper om de bal uit te halen en vervolgens bij zijn teamgenoot te krijgen. Ook kan hij een middenvelder als verbindingsspeler gebruiken. Over spelpatronen als deze lees je hier meer.

Vooral bij teams die sterk mangeoriënteerd zijn, zie je nog weleens dat een spits de opdracht krijgt om twee centrale verdedigers onder druk te zetten. Heeft de ene van de twee de bal, dan kiest de spits een moment. Hij zet de ball carrier, zoals ze dit in het Engels noemen, onder druk. Daarbij loopt hij de passlijn naar de andere centrale verdediger dicht door in zijn lijn te blijven (afbeelding linksonder).

Een tegenstander kan ook ‘met twee man voorop’ drukzetten. Vaak is dit het spitsenduo of de spits en de aanvallende middenvelder (afbeelding rechtsonder). Als opbouwende team heb je vervolgens twee opties.

2. Druk met de 9 en 10
  • Oplossing 1: Je kunt een overtal creëren door met drie centrale verdedigers op te bouwen. Soms lukt dat automatisch vanuit je basisformatie (als je bijvoorbeeld 1:3:5:2 speelt). Ook kun je een derde centrale opbouwer creëren met een back aan de binnenkant of een uitzakkende middenvelder.
  • Oplossing 2: Je kunt opbouwen in 2:2 (waarbij je de keeper hebt als ‘uitlaat’) zodat je je overtal elders op het veld behoudt. Vanuit 1:4:3:3 staat er tegen 1:4:4:2 bijvoorbeeld vaak een centrale middenvelder vrij. De kunst is vervolgens om hem te bereiken.
druk met spits in 1v2 (boogje lopen)
druk met 9 en 10
3. Kantelende buitenspeler

Wat je ook regelmatig ziet, is hoge druk met ‘drie man voorop’. De spits zet druk op een centrale verdediger, de buitenspeler aan de contrakant kantelt richting de andere centrale verdediger (afbeelding linksonder).

Oplossing: de vrije man is de back aan de contrakant. Soms kun je hem rechtstreeks bereiken, met een crosspass. Maar meestal lukt dit beter via de keeper (uithalen, andere kant zoeken) of een middenvelder (opendraaien, spel verleggen).

4. Buitenspeler presst aan balkant

Steeds vaker zie je dat niet de spits drukzet op de centrale verdediger, maar de buitenspeler aan de balkant. Liverpool doet dit bijvoorbeeld heel goed, met Mané en Salah. Zij zetten vaak druk in de ‘dode hoek’ van de centrale verdediger die de bal ontvangt (afbeelding rechtsonder).

Oplossing: tegen deze manier van pressing is het vaak de back aan de balkant die de vrije man wordt. Soms kan de centrale verdediger hem zelf bereiken. Cruciaal is dan dat hij opengedraaid staat als hij de bal ontvangt. Een andere keer is er een verbindingsspeler nodig, meestal in de persoon van een middenvelder.

druk met drie man voorop
druk met buitenspeler aan balkant

Superioriteit

In de opbouw van achteruit wil je hoe dan ook superioriteit creëren. Oftewel, je wilt op eigen helft superieur zijn aan je tegenstander. Dat geeft je tenslotte de mogelijkheid om vooruit te spelen en kansen te creëren. Superioriteit kun je op vier manieren bereiken.

  • Numeriek. Met een overtal. Jij hebt meer spelers dan de tegenstander en bent daardoor in het voordeel.
  • Positioneel. Een speler staat vrij, waardoor hij aangespeeld kan worden. Dit kan vanuit stilstand, maar zal meestal gebeuren vanuit de beweging.
  • Kwalitatief. Eén of meerdere spelers zijn simpelweg beter dan hun tegenstander en kunnen daarmee hun druk omzeilen, bijvoorbeeld met een goede versnelling of schijntrap.
  • Coöperatief. Jouw spelers werken beter samen dan de tegenstander. Ze hebben betere onderlinge connecties ontwikkeld, waardoor ze de tegenstander een stap voor zijn.

Opbouw van achteruit trainbaar maken

Hoe train je de opbouw van achteruit? Daar kun je heel creatief in zijn. In elk geval heb je de volgende dingen nodig.

  • Weerstand. Defensieve druk van tegenstanders dus, net als in de wedstrijd. Het liefst op volle kracht.
  • Richting. Je speelt van achteren naar voren, richting een bepaald doel of een andere manier van scoren.
  • Puntentelling. Winnen en verliezen. Anders kun je altijd risico nemen, zonder dat dit kan worden afgestraft.
Partijspel in achthoek

Een goed voorbeeld van een geschikte opbouwvorm is een partijspel 9:9 van de huidige Deense bondscoach Kasper Hjulmand. Deze deelde hij met De Voetbaltrainer in zijn tijd als trainer van FC Nordsjælland.

Bekijk vorm >>

partijspel achthoek
Opbouw zijkant

In onderstaande vorm van Pep Guardiola staat de opbouw aan de zijkant centraal.

Bekijk vorm >>

opbouw van achteruit

TrainingsPlanner

In de TrainingsPlanner – een database met meer dan 1.500 oefenvormen – staan veel meer vormen die geschikt zijn om de opbouw van achteruit te verbeteren. Je abonneert je al vanaf € 50 per jaar en kunt dan met het handige zoeksysteem precies de oefenstof vinden die geschikt is voor jouw team.

Meer informatie >>