Een positiespel is een veelgebruikte oefenvorm in het voetbal. Ze zijn er in allerlei soorten en maten. Alle variaties hebben één ding gemeen: het doel is om het positie kiezen van de spelers te verbeteren. Op die manier creërt een team superioriteit . Bijvoorbeeld het creëeren van een overtal of een 1:1 situatie waarin een speler beter is dan zijn directe tegenstander. Als het lukt om een dergelijke situatie te creëren, kan het team daar gebruik van maken. Op die manier kan de organisatie van de tegenstander uit elkaar worden gespeeld. Het uiteindelijke doel hiervan is natuurlijk het maken van een doelpunt. In dit artikel gaan we in op verschillende varianten van het positiespel.

Positiespel 5:5 op een achthoekig veld

Een manier om te variëren in het positiespel is door velden in verschillende vormen te gebruiken. In onderstaande vorm is dat een achthoekig veld. Een voordeel van deze vorm is dat de speler impliciet tot diagonale passes worden gedwongen. In het veld is het 3:3. Elk team heeft nog twee spelers aan de kopse kanten. Deze staan tegenover elkaar. Dat maakt het in totaal 5:5. Ook zijn er vier kleine doeltjes. Daarop kan er gescoord worden direct uit een kaats van één van de kaatsers. Een voorwaarde daarbij is dat beide spelers buiten het veld de moeten hebben geraakt. De ene kaatser mag de andere kaatser inspelen. De betekent dat de nadruk ook ligt op het openmaken van passlijnen. Tevens komt het vrijlopen ten opzicht van de directe tegenstander aan bod. Kortom, een zeer geschikte vorm om aandacht te besteden aan het gebruik van diagonale passes in de opbouw.

Meer informatie >>

positiespel achthoekig veld

Chaosvorm 8:8+4

Een ander element om te gebruiken in een positiespel is een chaos situatie. Op die manier dwing je speler om na te denken én om zich continu aan te passen aan wisselende situaties. Malmö FF-trainer Jon Dahl Tomasson zegt daarover het volgende: ‘Een vorm als 8:8 + 4 vormt voor mij het fundament voor heel veel principes binnen alle teamfuncties. Er zit weliswaar geen richting in, maar er is wel veel chaos, en dat is de doelstelling van de oefening. Daarnaast komen er veel spelprincipes in terug. Ook komt de vijfsecondenregel vaak op een goede manier terug in deze vorm. Sinds enige tijd gebruiken we een extra middel om dit principe te verbeteren. Als een team tijdens zo’n trainingsvorm balverlies lijdt, drukt onze video-analist op een knop waardoor er een countdown clock start. Er is dan elke seconde, vijfmaal, een harde piep te horen. Dit spoort het team dat balverlies lijdt aan om binnen die tijd de bal te heroveren.’

Meer informatie >>

chaosvorm 8:8+4

Positiespel 8:8+3 met 8 doeltjes

Bayern München-trainer Julian Nagelsmann richt zijn oefenvormen dusdanig in dat de spelers het gewenste gedrag vertonen. Zo heeft hij ook een variant op het positiespel. Het veld heeft de vorm van een vierkant, met een cirkel in het midden. In deze vorm is het 8:8+3. In de cirkel staat één neutrale speler. De overige twee neutrale spelers zijn buiten de cirkel. Ook zijn er acht kleine doeltjes. Vier daarvan staan op de rand van de cirkel. De overige vier doeltjes staan op de rand van het vierkant. Het team in balbezit kan, na een derde man-combinatie met de keeper, scoren op de vier doeltjes op de cirkel. Na balvervovering kan er binnen vijf seconden worden gescoord op de doeltjes aan de buitenkant. Op die manier verbeteren de teams beide omschakelmomenten. Er kan immers binnen vijf seconden worden gescoord. Dat betekent dat het team dat de bal verliest direct druk moet zetten. Het team dat de bal verovert moet juist onder die gegenpressing uitspelen om te kunnen scoren.

Meer informatie >>

positiespel nagelsmann

Positiespel Manchester City

Een andere variant op het positiespel is er één met drie vakken. Er zijn drie teams van vier spelers en twee neutrale spelers. Deze neutrale spelers staan aan de kopse kant. Van de drie teams spelen er twee op balbezit. Het derde team verdedigt. Elk team dat op balbezit speelt heeft zijn eigen vak. Daarin mogen twee verdedigers verdedigen. De overige twee verdedigers staan in het middenvak om de passlijn naar de andere kant eruit te halen. Na zes passes mag de bal worden geopend richting de andere kant. Op die manier wordt het spelprincipe ‘kort-kort-lang’ getraind. Met andere woorden, de tegenstander met korte combinaties naar één kant lokken om vervolgens het spel te verplaatsen. Als er twee achtereenvolgende wisselpasses lukken, blijft het verdedigende team een extra keer verdedigen. Anders wisselt het verdedigende team met het team dat balverlies leed.

Meer informatie >>

Van positiespel naar afwerken

Een andere variant van het positiespel is een oefenvorm van Ronald Koeman in zijn tijd als trainer van FC Barcelona. Hierin wordt het positiespel gecombineerd met een afwerkvorm. In het middelste vak speelt blauw 5:3. Na acht achtereenvolgende passes mag blauw scoren op een van de twee grote goals. Daarin mogen drie blauwe spelers aanvallen tegenover één rode verdediger. Ook mag er één rode speler uit het middenvak terug verdedigen. Dat maakt het uiteindelijk 3:2+K. Dat betekent dat de spelers trainen het counteren op tempo én het snel terugschakelen.

Meer informatie >>

TrainingsPlanner

Wil je toegang krijgen tot tientallen oefeningen over verschillende positiespelen? En daarnaast nog tot vele honderden afwerkvormen, pass- en trapvormen, partijspelen en andere oefeningen? De TrainingsPlanner is al beschikbaar vanaf €50 per jaar. Daarmee heb je onbeperkt toegang tot alle oefeningen. Daarnaast kun je leerlijnen gebruiken, een agenda aanmaken, gehele trainingen downloaden en je favoriete vormen opslaan.

Meer informatie >>