Video analyse als middel om spelers beter te ontwikkelen, je zou haast kunnen zeggen: ‘Wie is daar nog niet mee bezig?’ Het opnemen van trainingen en wedstrijden, daar vervolgens verbeterpunten uit filteren om het de week erop weer nét ietsje beter te doen. Tegelijkertijd zijn er ook vraagtekens te plaatsen rondom de inzet van video analyse, zeker wanneer het op het werken met jeugdspelers aankomt. In dit artikel zetten we de do’s van video analyse achter elkaar.

De spelers moeten leidend zijn

Als je kijkt naar de inzet van video analyse in het jeugdvoetbal, dan is het toch veelal de trainer-coach die beelden selecteert. De trainer bepaalt wat goed en minder goed gaat en maakt dit vervolgens bespreekbaar. Deze manier van werken geeft aan dat de trainer-coach leidend is. Maar het is juist de speler die in de lerende positie zit. Eigenlijk zou het dus zo moeten zijn dat de speler leidend is. Dat betekent dat díe aangeeft wat al goed gaat en wat er nodig is om nog beter te worden. De trainer-coach krijgt dan meer een faciliterende rol. Dit betekent dat de trainer-coach onder andere nadenkt over de manier waarop een video analyse gesprek wordt gevoerd en welke vragen daarin worden gesteld. Pas dan wordt videofeedback namelijk toegespitst op de speler zélf.

De cyclus van de video analyse

Zwart-wit gesteld heb je drie typen spelers. Sommige spelers zijn in staat om uit te voeren wat de trainer van ze verwacht als hij het ze in woorden uitlegt. Veel spelers hebben daar echter visuele ondersteuning bij nodig in de vorm van animaties en beelden. De derde groep moet situaties zelf ervaren om het te begrijpen en toe te passen. Een video-analist probeert de trainers te helpen om ook die tweede en derde groep spelers te bereiken. Door de juiste clipjes te vinden en complexe informatie begrijpelijk aan te reiken, is het leereffect groter. Dit gebeurt in een reguliere week aan de hand van een cyclus van vier stappen (zie afbeelding).

1. Een analyse in de vorm van 2D-animaties en 3D-wedstrijdbeelden, bijvoorbeeld van de eerstvolgende tegenstander.
2. Tactisch trainen, waardoor spelers situaties snel herkennen en ervaren welke keuzes ze het best kunnen maken.
3. De wedstrijd zelf, waarin spelers bewust of onbewust momenten herkennen die voortkwamen uit de analyse en training.
4. De nabespreking aan de hand van een analyse, waarin we terugblikken op ons plan en hoe dat werd uitgevoerd.

cyclus video analyse

Zelf op zoek naar succesmomenten

Zodra spelers de vrijheid krijgen om iets te bespreken dat voor henzélf belangrijk is. Het gaat ineens niet meer over wat een trainer belangrijk vindt (bijvoorbeeld de manier van storen als team op de helft van de tegenstander). De nadruk verschuift van een tactisch/technisch aspect dat onderdeel is van het team, naar een persoonlijk punt dat belangrijk is voor de speler zélf. Vanuit dat oogpunt kunnen spelers zelf aan de slag gaan met de video analyse. Vanuit de beelden moeten zij een moment uitzoeken waarop ze zichzelf een compliment geven. Daar is ook onderzoek naar gedaan. Aan de hand van dat compliment ontstaat een één-op-één gesprek. In sommige gevallen kan de trainer zich afvragen waarom een speler dat fragment heeft gekozen. In dat geval kan een goede opening helpen: ‘Ik heb je video gezien, vertel mij eens: ‘Wát heb ik gezien?’ Een speler begint te vertellen en vervolgens haakt de trainer daar weer op in. In de rol als trainer-coach zorg je er dus voor dat de vragen die je stelt en de manier waarop je een gesprek begint, zijn afgestemd op degene die naast me zit. Alleen op die manier kan je een gesprek tot een succes maken.

gesprek video analyse

Video analyse als basis voor een leercyclus

Zelfs een compliment is, zo bleek overigens ook uit het onderzoek, vaak al een opmaat naar een verbeterpunt. Zolang het belang van de speler in kwestie centraal staat, hoeft dit niet per se verkeerd te zijn. Maar ook wat die verbeterpunten betreft heeft de trainer-coach een rol. Hij is degene die de speler leert inzien welke vervolgstappen mogelijk zijn. De manier van vragen stellen helpt daarbij. Zo kan aan een speler gevraagd worden wat diegene nog méér zou willen leren, wat anderen eraan hebben dat hij of zij dit al zo goed kan of wat dat betekent voor spelers die bij hem of haar in de buurt staan. In dit laatste geval kan het antwoord op die vraag een reden zijn om die medespelers bij de videofeedback te betrekken. Hierover kan met z’n drieën in gesprek worden gegaan. Door videofeedback zó in te zetten gaan spelers vanuit hun eigen motivatie met verbeterpunten aan de slag. Dit benoemt de trainer-coach dus niet expliciet. Zo komen de trainer-coach en speler met elkaar op een positieve manier in een leercyclus terecht en dat is wat je wilt.

Van video analyse naar trainingsveld

Stephan Helm, verantwoordelijk voor de video analyse bij LASK Linz, vertelt over de vertaalslag van video analyse naar het trainingsveld. ‘In de opbouw tegen een hoog drukzettende tegenstander reiken we verschillende concrete patronen aan om onder de druk uit te komen. Ik zal een voorbeeld geven. Onze centrale verdedigers positioneren zich naast de keeper, op tien tot vijftien meter afstand. Zet een tegenstander vanuit een centrale verdediger druk op de keeper, dan is er een verbindingsspeler nodig. Op die manier maken we een driehoek. Hier zorgen onze twee centrale middenvelders voor. De één beweegt weg om zijn tegenstander mee te nemen. Zo ontstaat er meer ruimte voor de andere centrale middenvelder om verbindingsspeler te worden. Aan zulke patronen besteden we veel aandacht. Zo weet elke speler wat er van hem verwacht wordt.’

CoachVak

Ken je CoachVak al? Dat is in feite een online archief van artikelen, onder andere over video analyse, die de afgelopen jaren in vakblad De Voetbaltrainer stonden. Met de zoekfunctie vind je gemakkelijk en snel de artikelen over onderwerpen waarover je meer wilt weten. Gratis voor abonnees, vanaf €2 per maand voor niet-abonnees.

Meer informatie >>