Het nationale team van IJsland vormde een van de grootste verrassingen op het Europees Kampioenschap 2016 in Frankrijk door Engeland uit te schakelen en de kwartfinale te bereiken. Onlangs bereikte het land, dat nog geen 350.000 inwoners telt, ook het WK door bovenaan te eindigen in een groep met onder meer Kroatië, Oekraïne en Turkije. Heimir Hallgrímsson, hoofdtrainer van het nationale team, deelt in gesprek met De Voetbaltrainer enkele basisprincipes van ‘s lands grootste wapen: de hechte zoneverdediging.

Wat zijn de belangrijkste basisprincipes van het verdedigen in de zone?

‘De term geeft het al aan: iedere speler verdedigt in principe een bepaalde zone op het veld. De kwaliteit van zoneverdediging valt en staat met de beweging van het team als geheel. We bewegen als één blok over het veld, van links naar rechts en van voren naar achteren. Vanuit dat blok dwingen we de tegenstander bij voorkeur naar de zijkant. Een van de redenen daarvoor is dat de beste spelers van de tegenstander doorgaans in de as spelen, centraal op het middenveld. Op deze manier komen zij minder vaak in balbezit.

Vooraf bepalen we de zone op het veld waarin we druk op de bal willen hebben. Tegen sommige tegenstanders is dit in de laatste veertig meter van het veld, een andere keer tot tien meter over de middenlijn en soms ook tot op de achterlijn van de tegenstander. Hierover maken we vooraf afspraken, maar dit verandert natuurlijk ook tijdens de wedstrijd, bijvoorbeeld vanwege het wedstrijdverloop of de stand.

In de ruimte die we aanwijzen gelden een paar basisafspraken. Die dienen om verwarring en onbegrip te voorkomen en het voor iedereen duidelijk te maken wie wat doet. Een van die afspraken is dat er altijd druk is op de speler met de bal. Als een tegenstander wordt ingespeeld, is er dus áltijd een speler van ons die hem onder druk zet. Dit wordt in negen van de tien gevallen gedaan door de speler die op dat moment het dichtst bij hem in de buurt is.

Een andere afspraak is dat de speler die eenmaal bezig is een tegenstander onder druk te zetten, dit blijft doen tot die tegenstander de bal heeft afgespeeld. Daarmee willen we voorkomen dat er twijfel ontstaat: blijf ik hem onder druk zetten, of neem jij het nu van me over? Dit levert soms een vreemd beeld op. Een voorbeeld is onze rechtsback die de linksvoor van de tegenstander onder druk zet. De linksvoor dribbelt naar de as van het veld en zelfs naar de rechterkant. Toch blijft de rechtsback hem volgen om de tijd en ruimte die hij aan de bal heeft te limiteren. Een nadeel is dat de zone van de rechtsback tijdelijk onbezet is, maar voor ons wegen de voordelen zwaarder: duidelijke afspraken, weinig verwarring en daardoor een goede onderlinge communicatie.’

Stel dat de rechtshalf van de tegenstander aan de bal is. Jullie linker centrale middenvelder zet hem onder druk (tekening 1a). Wat betekent dit voor de rest van het team?

‘In deze situatie geldt een ander basisprincipe van verdedigen in de zone: als één speler een bepaalde keuze maakt, heeft dit consequenties voor alle andere spelers op het veld. Zij reageren op de keuze die hun teamgenoot maakt. In dit geval dekt onze linker centrale middenvelder door. Dat betekent dat hij zijn eigen zone verlaat. We kunnen nu twee dingen doen. De eerste optie is dat we met het gehele team opschuiven, waardoor we in feite weer goed staan (tekening 1b). Dit kan alleen als er voldoende druk op de bal is, bij voorkeur als de tegenstander aan de bal achteruit wordt gedwongen.

De tweede optie is dat de overige spelers verantwoordelijk worden voor het afdekken van de meest gevaarlijke zones op het veld. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat de andere drie middenvelders allemaal iets naar binnen komen (tekening 1c). Op het moment dat de directe tegenstander van onze linker centrale middenvelder de bal doorspeelt, komt hij direct weer terug in zijn eigen zone (tekening 1d). Ook dit is weer een basisprincipe van ons.’

Wat zijn binnen jullie speelwijze de ideale onderlinge afstanden tussen de spelers?

‘Dat hangt af van de plek op het veld waar ons blok staat gepositioneerd. Als we hoge pressie spelen, dan is het onvermijdelijk dat de onderlinge afstanden in de lengte en de breedte groter zijn. Hoe dichter we bij ons eigen doel verdedigen, hoe compacter we staan. In en rondom het eigen zestienmetergebied laten we het idee van verdedigen in de zone zelfs los. Daar gaan we over op mandekking. Op die plek is het niet meer mogelijk je tegenstander tijd en ruimte te geven, maar moet je hem kort dekken. Hierin zit dus weer een basisprincipe verstopt: hoe dichterbij de eigen goal, hoe kleiner de onderlinge afstanden en hoe korter de persoonlijke dekking op de meest gevaarlijke tegenstanders.’

Dit zijn enkele fragmenten uit het interview met Heimir Hallgrímsson uit de nieuwste editie van ons vakblad, De Voetbaltrainer 230, die binnenkort los te bestellen is op onze website. Je kunt je via deze link abonneren op ons vakblad en ontvangt dan acht keer per jaar 84 pagina’s vol vakinformatie voor de ambitieuze voetbaltrainer, bestaande uit interviews, redactionele stukken, columns en oefenstof, zowel voor senioren- als jeugdtrainers.