Al tegen het einde van de vorige eeuw werd er onderzoek gedaan naar effectieve aanvalsstrategieën. Een van de conclusies: veel kansen ontstaan direct of indirect vanuit de centrale zone vóór het zestienmetergebied, de zogenaamde zone 14. In het huidige topvoetbal is de focus op aanvallen via de as alleen maar groter geworden. Wat is zone 14 precies en hoe komen effectieve aanvallen vanuit hier tot stand?

Zone 14 ontstaat door het veld in achttien vakken te verdelen, zes in de lengte en drie in de breedte. Door vanuit de hoek linksonder te beginnen met nummeren, wordt zone 14 zichtbaar als middelste vak op de helft van de tegenstander (afbeelding 1). Uit onderzoeken in de periode tussen de wereldkampioenschappen van 1998 en 2002 bleek onder meer dat succesvolle teams vaker zone 14 bereiken, vanaf daar vaker vooruit spelen en dat dit vaker leidt tot schoten op doel.

Het nationale elftal van Frankrijk, dat zowel het WK 1998 als het EK 2002 won, wordt in die onderzoeken vaak aangehaald als voorbeeld van een team dat goed gebruik maakte van zone 14. Daar had Frankrijk, spelend in een kerstboomformatie (afbeelding 2) ook de juiste veldbezetting voor, met Zinedine Zidane en Youri Djorkaeff als aanvallende middenvelders.

Twee conclusies uit de onderzoeken van destijds: gevaar stichten lukt het best door a) vanuit zone 14 met verticale passes (meestal in de vorm van steekpasses) in de zestienmeter terecht te komen, en b) dit snel te doen, omdat de tegenstander anders de tijd krijgt om de angel uit de aanval te halen.

Nuance

Natuurlijk is het geen doel op zich om zone 14 te bereiken. Wedstrijden winnen kan ook door aan te vallen via de flanken. Bovendien is zone 14 een statische ruimte op het veld: het schuift niet mee als de tegenstander beweegt. Op welke manier spelers in deze ruimte aan de bal komen, hangt vooral af van de plek op het veld waar de tegenstander zich bevindt. Zet een tegenstander hoog druk, dan ligt deze ruimte achter de verdediging. Zakt een tegenstander heel ver in, dan wordt de tegenstander daar soms zelfs de bal gegund.

In beide gevallen is er geen sprake van een situatie zoals die doorgaans geldt voor zone 14: een speler in die ruimte vrijspelen om vervolgens met een steekbal een lopende speler in het zestienmetergebied te bereiken. Daarom is het in feite handiger om te spreken van de ruimte tussen de verdediging en het middenveld van de tegenstander, in de as van het veld. Die ruimte is afhankelijk van de plek op het veld waar de tegenstander staat.

Toch is zone 14 wel de plek op het veld waar deze ruimte tussen verdediging en aanval mééstal ligt. Net als met het benutten van half-spaces gaat het niet om de exacte locatie of om een metertje links of rechts, maar om een indeling die een idee duidelijk maakt: door spelers in zone 14 te bereiken, en van daaruit het zestienmetergebied te bereiken, worden over het algemeen grote kansen gecreëerd.

Dit is de primaire reden dat Atlético Madrid, een team dat al jarenlang bekendstaat om de uitstekende defensieve organisatie, alles doet om te verhinderen dat tegenstanders in deze ruimte aan de bal kunnen komen. Dit gebeurt onder meer door compact te spelen en veel bezig te zijn met het blokkeren van passlijnen. In afbeelding 3 is goed te zien hoe Atlético probeert te voorkomen dat de tegenstander in balbezit komt in zone 14.

Aanvallen

Hoe kun je er als team zelf voor zorgen wél balbezit te krijgen in die ruimte? Allereerst lukt dat beter als je de beschikking hebt over behendige, technisch vaardige spelers die in kleine ruimtes kunnen spelen. En het helpt als de teamfilosofie ingericht is op spelen door de as, zoals bij Tottenham Hotspur.

In afbeelding 4 is te zien hoe Christian Eriksen aan de bal is (linksboven). Southampton staat in een compact blok, maar toch kiest Eriksen voor een korte pass op Dele Alli (rechtsboven). Die draait open en steekt vanuit zone 14 Son Heung-min weg (linksonder). Son geeft breed op Harry Kane (rechtsonder), waarna de spits eenvoudig binnen kan tikken.

Hieruit komt ook direct het grootste voordeel van aanvallen via zone 14 naar voren: als het lukt om daarin een speler aan de bal te krijgen met zijn gezicht richting de goal van de tegenstander, is het creëren van een grote kans erg dichtbij. Gaat de bal naar de zijkant, dan volgt er normaal gesproken een voorzet die over het algemeen in een kleinere kans resulteert. Via een aanval door de as is het wellicht lastiger om een kans te creëren, maar die mogelijkheden dié hieruit ontstaan, leveren vaker doelpunten op.

Omdat tegenwoordig van bijna alle profwedstrijden statistieken worden bijgehouden, is het mogelijk om visualisaties te maken van de passes uit zone 14, zoals Sander IJtsma (11tegen11) veelal via Twitter doet. Een voorbeeld is afbeelding 6, met alle passes vanuit zone 14 die Nederland speelde in de wedstrijd tegen Luxemburg, eind 2016. Die gaan bijna allemaal naar de zijkant, niet één eindigt in de zestienmeter van de tegenstander. Een groot verschil met bijvoorbeeld Spurs.

Meer lezen over voetbaltactiek, interviews met top- en amateurtrainers en oefenstof? Abonneer je op ons vakblad! Nieuw in onze webshop is een e-book over spelprincipes.