In de afgelopen decennia was het in Nederland veelal 1:4:3:3 wat de klok sloeg. Tegenwoordig wordt daarin steeds meer gevarieerd, al speelt het gros van de teams nog steeds met twee centrale verdedigers en één centrumspits. ‘Voorspellen is lastig, vooral als het om de toekomst gaat’, zei Niels Bohr ooit. Laten we toch een poging wagen: wat is de formatie van de toekomst?

Veldbezetting

Eén van de trends in het moderne voetbal is dat teams in balbezit met één speler aan iedere zijkant spelen. Een logische keuze: zo heb je veel spelers in de as maar tóch de optie om via de zijkant aan te vallen. Houd je alle spelers centraal, dan hoeft de tegenstander maar een klein deel van het veld te verdedigen. Speel je met twee spelers aan iedere zijkant, dan kom je al snel mensen tekort in de as. Bovendien zijn de verticale passes langs de zijlijn van back op buitenspeler makkelijk te verdedigen.

Aan elke kant één speler de gehele zijkant laten bestrijken kan natuurlijk binnen iedere formatie. In 1:4:3:3 doen de backs het bijvoorbeeld (afbeelding links), of speelt aan één zijde een back meer aan de binnenkant en de buitenspeler juist breed (afbeelding midden). Binnen 1:4:4:2 met een ruit spelen bijvoorbeeld de buitenste middenvelders aan de binnenkant en de backs wat hogerop (zie de afbeelding hieronder).

Een nadeel van een formatie met twee centrale verdedigers én aanvallende backs is dat de restverdediging niet altijd op orde is. Veel trainers vragen daarom van hun backs dat als de één opkomt, de ander terugkeert in de laatste linie. Op die manier is echter geen wisselpass mogelijk op de hoge back aan de andere kant en is die zijkant op dat moment dus eigenlijk onbezet.

Dreiekette

In een formatie met drie centrale verdedigers, een Dreiekette in het Duits, is dit beter voor elkaar. De backs (die zo hoog spelen dat je je moet afvragen of je ze nog backs moet noemen) bestrijken de gehele zijkant en toch is de restverdediging nog steeds op orde. Door met drie centrale verdedigers te spelen, is de veldbezetting duidelijk: beide backs spelen breed, de rest speelt in de as.

Zes spelers hebben dan een plek gevonden: de keeper (geel in de afbeeldingen hieronder), drie centrale verdedigers en twee aanvallende backs (donkerblauw). Dat betekent dat er vijf spelers overblijven om te verdelen (lichtblauw). Daarmee kun je alle kanten op.

  • Antonio Conte posteerde die vijf spelers bij Chelsea afgelopen seizoen regelmatig in 3:1:1 waarin er dus ruimte is voor drie controlerende middenvelders (linkerafbeelding).
  • België speelt meestal met twee controleurs, een diepe spits en twee creatieve spelers er schuin onder, in 2:2:1 (tweede afbeelding links).
  • Engeland speelt tijdens het WK met één controleur, twee centrale middenvelders, een diepe spits (Kane) en iemand om hem heen (Sterling). Reken je Sterling als spits, dan is dit 1:2:2. Tel je hem als meest aanvallende middenvelder, dan is het meer 1:3:1 (derde afbeelding van links).
  • Vitesse koos het afgelopen seizoen een aantal keer voor twee controleurs, een aanvallende middenvelder en twee spitsen, waarbij de vijf overgebleven spelers dus 2:1:2 spelen (rechterafbeelding).

Vrijheid

Dit is natuurlijk altijd slechts een basisformatie. In de wedstrijd lopen spelers door elkaar heen, gaan ze op zoek naar ruimtes, nemen ze tijdelijk elkaars positie over en schakelen ze continu tussen aanvallen en verdedigen. Wie in een wedstrijd honderd foto’s van bovenaf neemt, ziet lang niet altijd de basisformatie terug. Daarvoor krijgen spelers te veel vrijheid in het veld om eigen keuzes te maken.

Toch geeft bovengenoemde formatie, met een keeper, drie centrumverdedigers en twee aanvallende backs, wel structuur. Dit zestal speelt grotendeels vanuit de eigen positie, het vijftal dat overblijft heeft meer vrijheid van bewegen. Is een van de twee spitsen geblesseerd en klopt een middenvelder op de deur, dan kun je gemakkelijk overschakelen van 2:1:2 naar 2:2:1 of 3:1:1 zonder dat er verder veel verandert aan de manier van spelen.

Toekomst

Formaties als 1:4:3:3 en 1:4:4:2 zullen altijd blijven bestaan. Gezien de ontwikkeling van het moderne voetbal is het geen verrassing als daar steeds vaker formaties bijkomen met een keeper, drie centrale verdedigers, twee aanvallende backs en het vijftal dat overblijft in wisselende samenstellingen. Het zestal geeft vastigheid, het vijftal zorgt voor verrassing en flexibiliteit.

In De Voetbaltrainer 232 staat een uitgebreide analyse van de formaties die de clubs in het Nederlandse betaalde voetbal hanteren. Je kunt deze editie van De Voetbaltrainer hier los nabestellen of je via deze link abonneren op ons vakblad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *