‘Tevreden, maar het kan altijd beter en meer’

Jong Oranje won in Doetinchem de eerste EK-kwalificatiewedstrijd tegen Cyprus, na een kort schrikmoment (0-1), eenvoudig met 5-1. Na afloop blikte De Voetbaltrainer terug met Erwin van de Looi, de winnende bondscoach.

Speelde Cyprus exact zoals u op basis van de analyses verwachtte?
Erwin van de Looi: ‘Grotendeels wel, zeker als je kijkt naar de formatie waarin ze aantraden: 1:5:3:2. Maar met name op het middenveld deden ze het heel anders dan in vorige wedstrijden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het duel tegen Jong Noorwegen dekten ze nu met hun buitenste middenvelders niet door op onze inzakkende verdedigende middenvelders. Dus wanneer Reis of Koopmeiners zich schuin liet inzakken, bleven de Cypriotische middenvelders in positie. Dat had twee gevolgen. In de eerste plaats ontstond er weinig ruimte tussen de linies, met name tussen hun middenveld en hun verdediging. Daarover zo meer. Ten tweede konden aanvankelijk die buitenste middenvelders onze hoog spelende backs belopen. In eerdere wedstrijden dekten ze ook daar door, met back op back dus. Doet de tegenstander dat, dan heb je ze aan het lopen en ontstaat er ruimte voor loopacties. Die was er nu minder. Maar je zag al snel dat die buitenste middenvelders het niet meer konden belopen. Daardoor moesten de backs soms alsnog door. Daar konden wij gebruik van maken, en dat had ook veel gevaarlijke momenten tot gevolg.’

Had Jong Oranje er zelf nog voor kunnen zorgen dat die backs al direct door zouden dekken op uw backs?
‘Dat is lastig. Onze linksback Owen Wijndal had nog wel iets hoger kunnen gaan staan, dan lok je misschien nog meer uit dat de back het overneemt. Zak je dan iets in, neem je hem misschien mee. Ze speelden natuurlijk onvoorstelbaar defensief, hadden zich blijkbaar op een enorm sterk Jong Oranje ingesteld. Gaandeweg, zeker na rust, werd het voor hen een kwestie van schade beperken en speelden ze vaak in 1:5:4:1. Dan is er gewoon heel weinig ruimte.
Ik vond dat we in die tweede fase van de wedstrijd te weinig diepte in ons spel hadden. Kijk je voor rust naar de tweede en derde goal, zie je dat die tot stand kwamen na diepteloopacties van respectievelijk Kaj Sierhuis en Deyovaisio Zeefuik. Daar hebben we de afgelopen week tijdens de trainingen ook veel aandacht aan besteed: diepteloopacties zonder bal en dan de volgende steekpass.’

Het was opvallend dat de beide buitenspelers steeds al aan de binnenkant begonnen. Ze kwámen er niet, ze stónden er al. Was dat de bedoeling?
‘Dat was inderdaad de bedoeling, maar ik vond wel dat er vanuit die posities vaak te weinig diepte kwam. Onze backs konden telkens aangespeeld worden, en dan moeten die buitenspelers vanuit hun positie aan de binnenkant ook met diepte komen. Dat had nog beter gekund. Dat hadden ze kunnen bereiken door zelf al wat dieper te gaan staan. Dan provoceer je een van de drie centrale verdedigers om door te dekken en ontstaat er vanzelf ruimte voor die loopacties. Nu stonden ze vaak wat lager, waardoor de centrale verdedigers in positie bleven, er voor Sierhuis en De Wit weinig ruimte ontstond en de verdedigers bovendien van verre de loopacties van Stengs en Lang zagen aankomen. Maar dit luistert nauw en is heel lastig. Al met al was die dynamiek in de tweede helft niet goed genoeg. Toch hamer ik er altijd weer op: hoe moeilijk het ook is en hoe beperkt de ruimte, maak toch die loopacties zonder bal. Hoe dan ook, je dwingt de tegenstander tot lopen en reageren, dat brengt altijd wat teweeg.’

Jong Oranje had ook een plan als het ging om drukzetten bij het opbouwen van Cyprus, maar ze bouwden niet op.
‘Dat is correct. Alleen in de eerste helft konden ze een paar keer over hun rechterkant bij de middenlijn komen, maar meer ook niet. Dat is als trainer-coach ook het lastige, je kunt het allemaal mooi bedenken maar als de tegenstander niet opbouwt, wordt het lastig om gestructureerd druk te zetten. En dat heb ik de spelers ook gezegd: we proberen ze te lokken, maar of ze het doen, dat weet ik natuurlijk niet.
Wat we over het algemeen wel prima deden, was het drukzetten wanneer we zelf de bal verloren. Mede daardoor kon Cyprus helemaal niet aan het voetballen komen. Telkens dekten we goed door en zaten we snel met drie of vier man rond de bal. Hoe belangrijk dat is, zag je bij de tegengoal. Daar stapte Teun Koopmeiners, die verder prima speelde, een keer niet door en kwamen zij meteen met een lange bal. Die had nog veel beter verdedigd kunnen worden, maar het resulteerde wel in een goal. Verder ging dit voortreffelijk, in de omschakeling naar verdedigen deden we het heel goed. De energie die daarin gestoken werd, beviel me.’

Welke verdere aandachtspunten neemt u nog mee uit deze wedstrijd?
‘In grote lijnen ben ik tevreden, al zie je altijd verbeterpunten. Die liggen dan in dit duel in het positie kiezen aan de bal, wat mede gevolgen heeft voor de balrichting en de balsnelheid. Daar konden we het van tijd tot tijd nog wel wat beter doen. Wanneer moet je tevreden zijn? Tactisch was het een lastige wedstrijd tegen een tegenstander die niets wilde, behalve met kleine cijfers verliezen. Uiteindelijk win je de wedstrijd afgetekend, maar het kan natuurlijk altijd nog meer en beter. Op naar Portugal en Noorwegen, dat worden klussen van een heel ander kaliber.’

In De Voetbaltrainer 244 die 17 september verschijnt, komt een uitgebreid artikel Erwin van de Looi over de tactische voorbereiding op de wedstrijd tegen Jong Cyprus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.