Mijn account AbonnerenInloggen
  • Home
  • Vakblad
  • Mediatheek
  • TrainingsPlanner
  • CoachVak
  • Academie
  • Shop
  • Artikelen
  • VBT Basis
  • Meer
    • Trainer gezocht
    • Nieuwsbrief
    • Top 200
    • Rinus Michels Awards
    • Ideeënbox
    • Adverteren
    • Abonneeservice
    • Klantenservice
    • Contact

Home > Artikelen > Vrouwenvoetbalteam

Vrouwenvoetbalteam

23 november 2017 | Henny Kormelink | Vrouwen-meisjes

“Ik ben eigenlijk om drie redenen ingestapt bij de OranjeLeeuwinnen. In de eerste plaats is er natuurlijk het EK 2017, dat in Nederland wordt gehouden en waar we dus automatisch voor geplaatst zijn. Daarnaast krijgen we, door de prestaties op het WK 2015 in Canada, de mogelijkheid om ons te kwalificeren voor de Olympische Spelen. Dat is iets wat nog geen enkel ander Nederlands vrouwenelftal gelukt is. En als laatste is een functie als bondscoach voor elke trainer bijzonder om eens mee te maken. Wat natuurlijk ook geholpen heeft, is dat het vrouwenvoetbal in Nederland de laatste jaren enorm gegroeid is. Zowel kwantitatief als kwalitatief.”

Nulpunt

Arjan van der Laan: “Toen ik deze functie aanvaardde, heb ik de wedstrijden die gespeeld zijn op het WK in Canada nog eens teruggekeken. Dat toernooi heb ik als een soort nulpuntgenomen. Oké, dit is wat het vrouwenvoetbal op dit moment in huis heeft. Ik zag al heel veel dingen die goed gaan en tegelijkertijd ook zaken waarvan ik vind dat we ons kunnen verbeteren. Een aantal weken na mijn aanstelling speelden we een oefenduel tegen Frankrijk, de nummer drie van de wereld. Dat was gelijk een krachtmeting waarin ik kon zien waar we staan.”

Concessies en accenten

Op 23 oktober 2015 staan de OranjeLeeuwinnen al na twintig minuten met 0-2 voor en trekken, na een snelle aansluitingstreffer van de Fransen, de overwinning over de streep. Een maand later gaat ook Japan, het land waar Oranje op het WK nog van verloor in de achtste finale, met 1-3 over de knie.

Arjan van der Laan: “In die oefenwedstrijden heb ik niet eens zo heel veel concessies gedaan aan de speelwijze. Zeker verdedigend gezien blijven zaken als compact maken en drukzetten aandachtspunten die je telkens aanhaalt. Wel hebben we in balbezit bepaalde accenten gelegd. Bij de wedstrijden op het WK in Canada merkte ik al op dat dit team erg sterk is in het creëren van kansen vanuit de omschakeling van verdediging naar aanval. Er zit snelheid in de ploeg en men kan goed overweg met de ruimtes die een tegenstander achter de laatste linie laat liggen. Wat ik met name aanvallend gezien wil bereiken is dat we vaker tot kansen komen via de opbouw op eigen helft. Om dat te bereiken moet iedereen actiever meedoen in de opbouw en elkaar het gevoel geven de bal te willen hebben. Degene aan de bal moet dan in elk geval twee afspeelmogelijkheden hebben. We moeten een ploeg worden die via de as kan aanvallen, maar ook via de zijkanten. Tegelijkertijd is en blijft ook de lange bal een optie, waarna we kunnen bijsluiten. Door meer te variëren in de opbouw worden we nog gevaarlijker en wordt ons spel moeilijker te doorgronden voor tegenstanders.”

Meten

Arjan van der Laan: “De goede resultaten tegen Frankrijk en Japan heb ik vervolgens weer meegenomen naar de de oefencampagne in Turkije in januari. Op dat trainingskamp hebben we twee keer tegen Denemarken gespeeld en beide keren gewonnen (2-0 en 2-1, red.). Ik vond het daarbij belangrijk om bij de speelsters nogmaals te benadrukken dat wij echt de kwaliteiten hebben om ons te kwalificeren voor die Olympische Spelen. Meer nog dan die duels tegen Denemarken hebben de resultaten tegen Frankrijk en Japan dat voor mij al bewezen. Want Japan is een ploeg met een enorme dynamiek. De speelsters zijn bijna allemaal technisch erg goed onderlegd, raken niet snel in paniek en kunnen veel afdwingen vanuit hun speelwijze. Frankrijk heeft dan weer wat meer individuele klasse. Als wij ons kunnen meten met dat soort ploegen, dan kunnen we met een goed gevoel richting het OKT.”

Stappen maken Voor Van der Laan is, naast natuurlijk de goede resultaten, ook de manier van spelen belangrijk. Met name tegen de sterkere landen wil hij met zijn ploeg in aanvallende zin resultaten boeken met de speelwijze die hij voor ogen heeft.

Arjan van der Laan: “Om met de OranjeLeeuwinnen structureel stappen te maken, vind ik dat je duels zoals die met Frankrijk en Japan niet alleen met opportunisme moet kunnen winnen. Juist tegen die landen wil ik dat we ons ook voetballend gaan meten en niet te snel uit gebrek aan creativiteit maar terugvallen op het geven van de lange bal. Het is daarom belangrijk dat je tegen toplanden door durft te voetballen. We willen tenslotte niet alleen aan de top komen, maar er vooral ook blijven. Ik wil dus bereiken dat we dicht bij onze manier van aanvallen blijven en minder onder de indruk raken van wat een tegenstander doet.”

Beter oriënteren

Arjan van der Laan: “Wat betreft dat verbeteren van het aanvallen denk ik de winst te kunnen halen in het feit dat speelsters zich beter moeten leren oriënteren in het veld. Voor elke voetballer is dat heel belangrijk, ongeacht of je nu praat over aanvallen of verdedigen. Ik heb de speelsters in de eerste trainingen hier ook in geprikkeld, door te zeggen dat we pas echt stappen gaan maken als we ons beter leren oriënteren. Het simpele feit of je half of heel opengedraaid staat als je een bal aangespeeld krijgt, maakt al een enorm verschil voor het vervolg. Door die nadruk op het oriënteren te leggen, wil ik dat spelers zich eerder afvragen of ze vijf of tien meter nodig hebben om zich aan te bieden of om te draaien. Of dat ze van tevoren al gaan kijken naar wie er vrijstaat. Het lijkt een detail en misschien is het dat ook, maar in wedstrijdsituaties maakt het oriënteren grotendeels het verschil tussen een geslaagde of mislukte aanval.”

Trainen op scenario’s

Arjan van der Laan: “Op het OKT plaatst alleen de winnaar van de poule zich voor de Olympische Spelen. Daarom hebben we de voorbije trainingen ook bewust aandacht geschonken aan bepaalde scenario’s die zich kunnen voordoen op het OKT of op de Olympische Spelen. We hebben een situatie getraind waarbij we met tien man komen te staan en we hebben een situatie getraind waarbij we met nog een paar minuten te spelen een goal moeten maken. We gaan in dat laatste geval over van 1:4:3:3 naar 1:3:4:3, waarbij we in een ruit op het middenveld komen te spelen. De drie verdedigers stappen dan naar binnen en een van de centrale verdedigers die doorgeschoven is naar het middenveld zal zich moeten afvragen op het moment dat de bal in de laatste linie is of het beter is om terug te zaken om een rol te spelen in het verzorgen van een goede opbouw. Soms kan het beter zijn om terug te zakken in de laatste linie, om een goede opbouw te kunnen verzorgen. Uiteindelijk gaan we over van 1:3:4:3 naar 1:3:3:4, waarbij de lange bal meer de nadruk krijgt. Belangrijk bij het geven van een lange bal is dat er een gedachte achter zit. Dus dat je van tevoren helder hebt 56-57-58-59_laan.indd 57 03-03-16 09:28 www.devoetbal trainer.nl wat je ermee wilt bereiken en wie waar gaat staan op het moment dat de lange bal gegeven wordt. Door dat vooraf te bespreken, weten speelsters wat er van ze verwacht wordt zodra een dergelijke situatie zich straks daadwerkelijk voor gaat doen. Train je het niet? Dan kun je tijdens de wedstrijd niet zomaar meer bijsturen.”

Ervaring

Arjan van der Laan: “Naast de stappen die we maken op technisch en tactisch vlak, worden speelsters ook beter doordat ze meer ervaren worden in het spelen van grote toernooien. Daarom is het ook zo belangrijk dat we ons kwalificeren voor de Olympische Spelen. Veel speelsters uit de huidige selectie hebben het spelen van een WK al op zak en kunnen nog wel tien jaar door in het huidige Oranje. Dat zegt veel over de toekomst die het vrouwenvoetbal in Nederland heeft. Die ervaring is ook hard nodig, want bij het spelen op grote toernooien komen randzaken kijken waar je als speelster mee moet leren omgaan. Zo kan het zijn dat we moeten voetballen op tijdstippen die voor ons niet gewoon zijn, waardoor je niet aan een ideale wedstrijdvoorbereiding toekomt. Op het trainingskamp in Turkije speelden we de tweede wedstrijd tegen de Denen al om 10.00 uur ‘s ochtends. Misschien kon ik dat tijdstip wel laten wijzigen, maar ik heb dat met het oog op de Olympische Spelen niet gedaan. Het kan daar immers ook gebeuren dat je op een ander tijdstip dan te doen gebruikelijk moet spelen. Nog een voorbeeld is de oefeninterland in en tegen Frankrijk. We trainden daar op een slecht veld. Voorafgaand aan die training heb ik de meiden gevraagd of er iemand nog iets wilde zeggen over het zeer matige veld. Dan hebben we dat deel vast gehad en kunnen we ons focussen op dat waar het om draait: met elkaar beter willen worden.”

Trainingsvorm 1

 

Arjan van der Laan: “Deze vorm spelen we wel vanuit de warming-up. Er wordt een speelster ingespeeld, die eerst achterwaarts wegstapt. Van mij moeten spelers altijd in beweging zijn wanneer ze een bal vragen en ingespeeld krijgen. Bovendien moeten ze veelal niet in de bal komen maar er juist vanaf lopen, omdat ze zichzelf dan tijd en ruimte geven om een beslissing te nemen. Degene die aan de bal komt, dribbelt in en de rest van de spelers stapt uit, waarbij ze op elkaars loopactie reageren. Zelf let ik in mijn coaching op balsnelheid, of speelsters elkaar op het verste been inspelen en op hoe het doordraaien gaat.”

Variant 1

Zodra speler 3 gaat dribbelen, bepaalt 6 naar aanleiding van de loopactie van 10 waar zij heen beweegt. Die 6 kan dat alleen doen door al van tevoren opengedraaid te staan en te kijken naar 10. Vervolgens haal ik de 9 erbij. Waar moet jij dan gaan lopen? Het gaat me er dan om dat spelers informatie gaan verzamelen over de ruimtes om zich heen, al vóórdat ze de bal ontvangen. Door zich beter te oriënteren stemmen ze loopacties op elkaar af en maken ze ruimte voor elkaar. (zie tekening 1)

Variant 2

 

Na verloop van tijd moet 10 een aantal vingers opsteken voordat de bal van 3 op 6 gespeeld wordt. Vlak voor de aanname van 6 moet diegene roepen hoeveel vingers er door 10 opgestoken worden. Ik hoor en zie hierdoor of er onderling contact is. Door deze stap in te bouwen weet ik zeker dat 6 naar 10 gekeken heeft. Dit was mijn eerste trainingsvorm die ik deed in oktober, toen ik begon te werken met deze groep. Dat geeft ook wel aan wat ik de komende tijd belangrijk vind en waar ik accenten leg. Je kunt deze vorm vervolgens nog uitbouwen door spelers over te slaan. Dus dat 3 de bal rechtstreeks op 10 geeft, waarna de 6 eronder komt en je weer verder kunt voetballen. Een andere optie creëer je door er verdedigers tussen te zetten.”

Trainingsvorm 2

Arjan van der Laan: “In deze vorm gaat het er om dat tegenstanders door middel van een pass uitgespeeld worden. Alleen dan krijgt passen ook een doel. (zie tekening 2) Ik zie geregeld dat er wordt gepasst om het passen. We zijn maar aan het passen maar we spelen niemand uit. Dat maar doelloos naar elkaar overspelen is in Nederland sowieso de trend geworden de laatste jaren. Een balletje terug moet kunnen, mits je maar naar voren gekeken hebt om te bepalen of daar een oplossing ligt. Dan kom je weer terug bij het oriënteren. Want heb je diep gekeken en/of heb je ruimte en tijd voor jezelf gecreëerd om diep te kijken? In deze vorm mogen de kaatsers ook indribbelen en kan er gescoord worden zodra de de neutrale spelers aan beide zijden bereikt zijn zonder dat een tegenstander de bal heeft geraakt. Tijdens de vorm probeer ik speelsters het principe van het ‘passen om iemand uit te spelen’ bij te brengen. Als je namelijk leert passen om iemand uit te spelen, maakt het namelijk niet langer uit of een tegenstander nu met twee of met drie spitsen speelt. Zo verdedigde Japan met twee spitsen en dan wil ik dat we achter hun spitsen en achter hun middenvelders vrijkomen (zie tekening 3).

Bij dat uitspelen van een tegenstander is een belangrijk accent dat ik spelers op de helft van de tegenpartij met het gezicht richting het doel wil krijgen, zodat we diep kunnen spelen. Maar om met je gezicht naar voren te komen, zul je dus op tijd opengedraaid moeten staan en ook dat komt in deze vorm weer nadrukkelijk terug.”

Om dit artikel te bekijken moet je zijn ingelogd en geabonneerd op CoachVak.

Inloggen Abonneren

 

Delen
Gerelateerd

Nanne Iedema (Oranje Nassau VR1): Managen van spelersgroep

Voor Nanne Iedema is werken met groepen een soort tweede natuur. Ooit begonnen op een […]
Lees verder

Jimmy Coenraets (Utah Royals): Techniek doorontwikkelen in fysiek gerichte omgeving

Jimmy Coenraets verliet afgelopen zomer na vijf seizoenen het Belgische OH Leuven Women en trok […]
Lees verder

Trainen van communicatie en afstemming (Roos Kwakkenbos)

Communicatie en afstemming zijn voor Roos Kwakkenbos, KNVB-coach van het Nederlands vrouwenelftal onder 19, dé […]
Lees verder
  • Home
  • Vakblad
  • Mediatheek
  • TrainingsPlanner
  • CoachVak
  • Academie
  • Shop
  • Artikelen
  • VBT Basis
  • Meer
    • Trainer gezocht
    • Nieuwsbrief
    • Top 200
    • Rinus Michels Awards
    • Ideeënbox
    • Adverteren
    • Abonneeservice
    • Klantenservice
    • Contact
Abonneren Inloggen
Een uitgave van

Over De Voetbaltrainer

Als trainer/coach wil jij je blijven ontwikkelen. 

De Voetbaltrainer maakt dit op een leuke én effectieve manier mogelijk. Je vindt over nagenoeg elk onderwerp vakinformatie in de vorm die bij jou past. 

Met De Voetbaltrainer lees, bekijk en leer je alles over het trainersvak, waar en wanneer jij maar wilt.

Onze uitgaven

  • Vakblad
  • Mediatheek
  • TrainingsPlanner
  • Academie
  • CoachVak
  • VBT Basis

Contact

  • Over ons
  • Contact
  • Abonneeservice
  • Klantenservice
  • Nieuwsbrief

Volg De Voetbaltrainer

  • Disclaimer
  • Leveringsvoorwaarden
  • Cookiebeleid
  • Privacyverklaring
  • Privacy instellingen
  • Eisma Content Marketing
  • Studio Eisma