: ‘Hebben we het over omschakelen van aanvallen naar verdedigen, dan is de restverdediging erg belangrijk. In de omschakeling van verdedigen naar aanvallen geldt het tegenovergestelde: de restaanval. We verwachten van onze spelers dat ze heel betrokken zijn en blijven in het verdedigen, maar daarnaast ook alvast een teamfunctie vooruitdenken en rekening houden met de counter. Daarin bestaat qua positie kiezen een verschil tussen de spelers aan de balkant en aan de andere kant. aan de balkant willen we natuurlijk vooral dat de spelers hun energie leggen in het drukzetten op en dubbelen van de tegenstander en in het onderlinge samenwerken, dus op het verdedigende aspect. Maar aan de niet-balkant kunnen met name aanvallers alvast meer rekening houden met positie kiezen voor een snelle tegenaanval. Een andere succesfactor met betrekking tot deze omschakeling is de vraag of er vanuit de eigen posities kan worden verdedigd, zodat er een goede veldbezetting is op het moment van balverovering. Stel dat de linkermiddenvelder van de tegenstander in balbezit is. Wat we dan van een aanvaller aan de nietbalkant verwachten, is dat hij zowel de middenvelders als de aanvallers assisteert, want een verdedigend principe van ons is dat we het veld klein maken in de lengte en breedte. Maar daarnaast houdt hij dus ook rekening met balverovering door een ploeggenoot. We willen dat hij tussen tegenstanders in gaat staan. In dit geval bijvoorbeeld tussen de rechtervleugelverdediger, rechter centrale verdediger en rechtermiddenvelder van de tegenstander.

Zo verdedigt hij tussen de linies en heeft hij ‘toegang’ tot alle drie die spelers, kan hij ze als het nodig is onder druk zetten en de bal veroveren, maar staat hij ook vrij in de omschakeling naar aanvallen. Hij kan vanuit daar met een aanloop diepgaan, maar ook de bal in de voe- ten vragen. Als we dit met spelers bespreken op het veld of met behulp van videobeelden, proberen we ze ervan bewust te maken dat ze niet alleen die positie innemen om verdedigend te kunnen assisteren, maar ook om in de counter vaker gevaarlijk te kunnen worden. Met name dat laatste spreekt aanvallers natuurlijk aan. Een ander voorbeeld. De bal is bij de linkeraanvaller van de tegenstander, en onze rechtervleugelverdediger verovert de bal. Wat doet onze linkervleugelverdediger nu? Gaat hij lopen om in de counter aanspeelbaar te worden? Of blijft hij staan om geen gaten te laten vallen als de tegenstander de bal direct weer herovert? Zoiets hangt natuurlijk af van de situatie op het veld. De linksback maakt een risicoafweging. Wat kan ik nu het beste doen? Dat is wat we verstaan onder ‘het spel lezen’ en daarin worden spelers beter door veel in die situaties te komen tijdens trainingen en wedstrijden.’

