In zijn verbouwde boerderij aan de rand van de A73 bij Roermond weet Roger Reijners, twee maanden na het WK voor vrouwen in Canada, precies te vertellen welke stappen de Oranjespeelsters moeten zetten om dichter bij de echte wereldtop te komen. Hij zal dat proces als bondscoach niet meer begeleiden. De KNVB en Reijners namen in juni afscheid van elkaar. Dus resteert een bijdrage van de voormalige bondscoach aan de evaluatie, want wat hij wil zeker niet over zijn eigen graf heen regeren.
Roger Reijners wilde na het WK in juni zelf zijn contract, dat liep tot en met de Olympische spelen in 2016, niet verlengen. De KNVB besloot het daarom nu al te ontbinden, zodat een nieuwe bondscoach langer dan een jaar de tijd heeft om het vrouwenteam klaar te stomen voor het Europees Kampioenschap in 2017 in eigen land. De Nederlandse media mogen de WK-prestaties van Oranje kritisch beoordeeld hebben, Reijners vindt dat er wel degelijk iets gepresteerd is: “Toen ik in de zomer van 2010 Vera Pauw opvolgde als bondscoach, hadden de Oranje-vrouwen zich net voor de eerste keer gekwalificeerd voor een groot toernooi, haalden meteen de halve finale en verloren pas in de verlenging van Engeland. Het was desondanks duidelijk dat er aan een nieuw, jonger team moest worden gewerkt om volgende stappen te kunnen maken. Een hele uitdaging, want een aantal ervaren speelsters had immers voor de buitenwacht goed gepresteerd. Je moet als bondscoach steeds opnieuw de balans weten te vinden tussen successen op korte termijn en de doelen op langere termijn. Dat zal ook de uitdaging voor mijn opvolger zijn.”