Mijn account AbonnerenInloggen
  • Home
  • Vakblad
  • Mediatheek
  • TrainingsPlanner
  • CoachVak
  • Academie
  • Shop
  • Artikelen
  • VBT Basis
  • Meer
    • Trainer gezocht
    • Nieuwsbrief
    • Top 200
    • Rinus Michels Awards
    • Ideeënbox
    • Adverteren
    • Abonneeservice
    • Klantenservice
    • Contact

Home > Artikelen > De tactische aanpak van een van de WK-smaakmakers: België

De tactische aanpak van een van de WK-smaakmakers: België

20 juni 2019 | Paul Geerars | Senioren, Onder 16/17, Onder 18/19, Tactiek, EK/WK, Formaties, Spelprincipes

Met aanvallend voetbal werd België derde op het WK. Duidelijke afspraken rond aanvalspatronen, verdedigende organisatie en spelprincipes lagen, uiteraard samen met de individuele kwaliteit, aan de basis van het succes. Een team van analisten ontleedde op verzoek van dit vakblad tactisch de wedstrijden van de Rode Duivels. Ze kwamen zo tot negen belangrijke spelprincipes die België perfect typeren.

Negen belangrijke spelprincipes van België:

1. Steeds drie spelers tussen linies mét diepte

Met het gebruik van drie centrale verdedigers zorgt Martínez voor veiligheid achter de bal waardoor andere spelers een meer avontuurlijke positie kunnen innemen. Kijk maar eens naar nevenstaande voorbeelden waarbij België steeds drie spelers diep of tussen de linies heeft (rode cirkeltjes), steeds twee spelers hoog en naast het blok van de tegenstander (oranje), terwijl het slechts een drietal spelers helemaal achterin houdt in een lage positie (groen). Vanuit een snelle
balcirculatie en met snelle flankwissels probeert België uiteindelijk de rode spelers tussen de linies vrij te spelen. (zie afbeelding 1) Andere teams zijn hier veel behoudender in. Landen die met vijf spelers helemaal achterin rondspelen (groen), en slechts één speler centraal tussen de linies of diep hebben (rood) zijn helemaal geen uitzondering. Het zorgt vaak voor een wat lager tempo waarbij progressief balbezit moeilijk is. Zie bijvoorbeeld onderstaand voorbeeld
(afbeelding 2) van Brazilië in hun wedstrijd tegen Mexico met slechts twee echt dreigende spelers en vier man achterin. De intentie van de Belgen is na een snelle balcirculatie via de drie centrale verdedigers en de twee middenvelders de rode spelers tussen de linies of in de diepte te vinden. Deze werken samen met de flankspelers (Meunier-Mertens op rechts en Carrasco-Hazard op links) om zo ruimte te creëren voor elkaar.

2. Overtal creëren op flank tegen laag blok

Verschillende teams stelden zich dus heel defensief op met amper of geen druk op de bal. Door hun focus op het verdedigen van het centrum komt er amper ruimte tussen de linies of in de rug van de verdediging. Een regelmatig gebruikte variant van België daarbij was dat de ‘inside winger’ aan de niet-balkant overkwam naar de andere flank. Bij balbezit op rechts kwam Hazard dus regelmatig over naar de rechterkant om daar samen met Meunier en Mertens een overtal te creëren op de flank. Wanneer België dan nog niet door het blok van de tegenstander heen kon voetballen, kon het via een snelle flankwissel veel ruimte vinden bij de wing back aan de niet-balkant, in dit geval Carrasco. Uiteraard is een juiste timing en een hoge handelingssnelheid een cruciale factor in dit verhaal. Dit scenario heeft als voordeel dat je tijdelijk een overtal hebt op de ene flank maar toch nog snel van flank kunt wisselen naar de andere zijde omdat ook daar iemand staat met een goede individuele actie in de benen. Op onderstaand beeld voert België dit goed uit tegen Tunesië. De actie eindigt bij Hazard die wordt neergehaald, wat de penalty en de 1-0 inleidt. Een andere variant hierop is het breed blijven van twee mensen op de flank. België scoorde zo bijvoorbeeld de openingstreffer tegen Panama: de flankmiddenvelder én de inside winger bleven beiden breed en proberen daar snel het overtal uit te spelen om tot een doelkans te komen.

3. Positiewissel tussen wing back en inside winger

Een ander, nog vaker gebruikt middel om een laag blok te bestrijden is een positiewissel tussen de inside winger en de wing back. Vanuit de gedachtegang dat tegen een laag blok het centrum volledig vastzit, en je als coach je meest technische speler dan op de buitenkant wilt, probeerden de Belgen de tegenstander te verrassen door een positiewissel uit te voeren tussen deze twee spelers. In de praktijk kwam het er dus op neer dat Hazard vaak aan de zijlijn stond en Carrasco tussen de linies, terwijl op de rechterflank Mertens breed kwam en Meunier doorbewoog tussen de linies. Meestal krijgt de technische speler aan de zijlijn de bal dan toegespeeld vanwaaruit een versnelling met bal aan de voet naar binnen volgt. De wing back die tussen de linies staat, loopt door in de diepte waardoor de tegenstander tot keuzes wordt gedwongen. Belangrijk hierbij is uiteraard de timing van de positiewissel alsook de balsnelheid bij het inspelen van achteruit op de ‘nieuwe’ flankspeler die naar buiten komt. In het openingsduel tegen Panama werd dit vooral een aantal keer goed uitgevoerd op de rechterkant met een positiewissel tussen Mertens en Meunier, na hard inspelen van Alderweireld.

4. Meteen druk op de bal na balverlies
Een vierde aspect waar Martínez enorm op hamert, is het snel omschakelen na het lijden van balverlies. Wanneer België de bal verliest, is een situatie waarbij meteen twee spelers drukzetten op de bal geen uitzondering. Tegen de ‘kleinere’ landen verlieten soms zelfs middenvelders of verdedigers hun positie om avontuurlijk te gaan doordekken. Op die manier geeft België de tegenstander nauwelijks tijd aan de bal om een snelle counter in te zetten. Waar aanvallers Lukaku, Mertens en Hazard in balverlies vaak gespaard worden van zware defensieve opdrachten, is dat basisprincipe wel enorm belangrijk voor hen. Je ziet hen dan ook vaak drukzetten of terugsprinten om de negatieve pressing op de baldrager te verzorgen.

5. Geen hoge pressing
Aangezien België een van de beste teams ter wereld is op vlak van omschakelen naar balbezit, probeert het team met de regelmaat van de klok ook wat in te zakken. Daarom gaat het in principe uit van een medium pressing rond de middenlijn. Daarbij kiest het in die situaties meestal voor een 1:5:4:1-formatie. Opvallend daarbij is dat spits Lukaku en de inside wingers Hazard en Mertens erg weinig defensieve opdrachten krijgen. Hun voornaamste taak is in eerste instantie het afzetten van passlijnen zonder zelf echt agressief druk te moeten zetten. Daardoor wordt hun heel wat loopwerk bespaard en kunnen ze hun krachten gebruiken zodra de bal wordt veroverd. Zelfs agressief drukzetten op de backs lijkt meestal niet gevraagd te worden aan de inside wingers. Daardoor komen de backs van de tegenpartij vaak vrij en kunnen ze oprukken met de bal aan de voet. Tegelijkertijd lopen de aanvallers zich echter wel al vrij om in de omschakeling schade aan te kunnen richten. Tegen de kleinere teams werd er zelfs soms nog meer ‘gegokt op die counter’ waarbij in balverlies duidelijk vanuit een 1:5:2:3 werd gespeeld. Het zorgde voor defensieve kwetsbaarheid maar tegelijk voor heel veel mogelijkheden in de omschakeling met Hazard, Lukaku en De Bruyne of Mertens.

6. Pressing van de wing back tegen één tegenstander op de flank
Wél een duidelijke pressingtrigger is de situatie waarbij de tegenstander slechts met één speler breed staat. Bij een eventuele flankwissel werd er dan steevast doorgedekt door de wingback. Wanneer de flankaanvaller van de tegenpartij dan het centrum opzocht, was het de taak van een centrale verdediger of middenvelder om die speler op te vangen. Vooral Meunier timede dit moment op rechts vaak heel goed waardoor de Belgen tot balverovering kwamen of de tegenstander vastzat en verplicht achteruit moest spelen. Daardoor ebde mogelijk gevaar weg. Wanneer er zich twee tegenstanders in de flankzone bevonden, was het niet de taak van de wingback om voorwaartse druk te zetten. Dan zou de laatste lijn namelijk wel onder druk kunnen komen. Meestal werd deze speler ofwel relatief vrijgelaten, ofwel kwam er druk van een van beide centrale middenvelders. In bepaalde situaties kwam de inside winger toch even meeverdedigen. Dat laatste gebeurde vaker door Mertens dan Hazard.

7. Meteen voorwaartse actie in de omschakeling naar balbezit
Zoals eerder al is vastgesteld, hebben de Belgen veel kwaliteit in de omschakeling. De snelheid, kracht en de afwerking van Lukaku gecombineerd met het inzicht van De Bruyne en de snelheid met bal aan de voet van Hazard vormen een gesel voor iedere defensie. Aangezien de Rode Duivels dan ook weleens durven gokken op de omschakeling door in te zakken, ontstaat er vanzelfsprekend veel ruimte in de rug van de defensie bij de tegenstander. Bovendien zijn Hazard en De Bruyne als hij hoger gepositioneerd staat, op het veld meester in het anticiperen op de balverovering. Vaak lopen ze zich net voor de bal wordt veroverd al even slim vrij waardoor ze zonder druk de bal kunnen aannemen. Hun technische kwaliteiten en overzicht doen de rest als ze toch die druk krijgen van een tegenstander. Opvallend is hoe vaak deze spelers de juiste keuze maken in de omschakeling. Dat komt mede door de verdedigende organisatie, die zo goed staat dat bij balverovering de bal direct voorwaarts gespeeld kan worden. Als de bal wordt veroverd door een verdediger of middenvelder is het plan eenvoudig: lever de bal direct in bij De Bruyne, Hazard of Lukaku. Deze drie spelers hebben iets meer vrijheid: indien ze veel ruimte hebben om zelf te versnellen met de bal aan de voet doen ze dat. Ondertussen maken lopende ploegmaats op een slimme manier ruimte voor zichzelf of voor anderen. Het beslissende doelpunt tegen Japan is hier een uitstekend voorbeeld van. De Bruyne versnelt twintig meter met bal aan de voet terwijl Lukaku tot tweemaal toe een ploegmaat met een loopactie vrijspeelt, waarna Chadli de 3-2 kan binnentikken.

8. Tactische flexibiliteit
Bij aanvang van het toernooi rezen er in België, ondanks het geloof in het team, wel vragen over de tactische flexibiliteit. Wat zouden de Belgen doen tegen toplanden: ook met een driemansdefensie aantreden? Tegen Japan werden de zwakke punten van België en het spelsysteem bijvoorbeeld een aantal keer pijnlijk blootgelegd. In iedere wedstrijd bleek bondscoach Roberto Martínez echter een doordacht plan B te hebben. Het uitgangspunt was en bleef 1:3:4:3 maar de tactische flexibiliteit was zeker aanwezig. Uiteraard zorgde de aanwezige kwaliteit en juiste mentaliteit op de bank er ook voor dat plan B verschillende malen succesvol kon worden.

Panama (1:3:4:3 en 1:4:3:3)
In de openingswedstrijd tegen de Panamezen startten de Rode Duivels uiteraard in hun gekende 1:3:4:3, een systeem dat ze de laatste twee jaar constant inoefenden. Bij een 2-0 voorsprong en de inbreng van Dembélé voor Ferreira Carrasco veranderde de formatie echter naar een 1:4:3:3 met drie dynamische middenvelders dicht bij elkaar: Dembélé, Witsel en De Bruyne.

Tunesië (1:3:4:3 en 1:3:5:2)
De tweede poulematch tegen Tunesië verliep erg vlot en België kon de score al snel uitbreiden. Na bijna zestig minuten, bij een 4-1 tussenstand, kwam Fellaini in de ploeg voor Lukaku en schakelden de Belgen om naar een 1:3:5:2 met Mertens en Hazard voorin. Later kwam Batshuayi nog in de spits spelen. Ook enkele andere spelers kregen nog speelgelegenheid. De keuze voor deze tactische aanpassing had ongetwijfeld te maken met het ervaring laten opdoen van deze andere spelers binnen de selectie én mogelijk ook als voorbereiding op de laatste poulematch met Engeland.

Engeland (1:3:4:3 en 1:3:5:2)
De wedstrijd om poulewinst tegen Engeland had uiteraard niet veel om het lijf aangezien een tweede plaats een ‘makkelijker’ parcours richting finale opleverde. Martínez koos de hele partij voor een strategie die het midden hield tussen 1:3:4:3 en 1:3:5:2. Dit had vooral te maken met Fellaini die een van de rollen als inside winger op een andere manier invulde.

Japan (1:3:4:3 en 1:4:3:3)
De wedstrijd tegen Japan werd opnieuw voor de gekende 1:3:4:3 gekozen. De Aziatische opponent hield echter lang gelijke tred, benutte slim de ruimtes die ontstonden bij de Belgen en kwamen zelfs op een 0-2 voorsprong. Daarop bracht Martínez extra gestalte in de ploeg met Fellaini en Chadli. Tegelijk werd het systeem aangepast: in balbezit 1:3:4:3, in balverlies een asymmetrische 1:4:3:3. Daarbij lag vooral de nadruk op Meunier die terugsprintte in zijn positie als rechtsback terwijl Chadli op links hoger mocht blijven in het blok en Vertonghen een rol als linksback op zich nam. Na de wissels en formatiewijziging boog België met dit Plan B de achterstand nog om naar een 3-2 overwinning in een sensationeel slot.

Brazilië (1:3:4:3, 1:4:4:2 ruit en 1:5:3:1:1)
Nadat de Belgische natie met de schrik vrijkwam tegen Japan was duidelijk dat tegen Brazilië een ander plan nodig was om de wedstrijd te starten. Fouten rechtzetten zou tegen deze wereldploeg niet zo gemakkelijk zijn. Martínez toonde
opnieuw tactische flexibiliteit. In balbezit werd zoals gewoonlijk gekozen voor een 1:3:4:3 volgens de gekende patronen met Meunier op de rechterflank en Chadli op de linkerflank. Bij balverlies veranderde deze opstelling echter naar 1:4:3:1:2. Meunier nam zijn positie in als rechtsback, Vertonghen werd linksback. Kameleon Chadli kwam van de flank naar binnen waar hij postvatte naast Witsel en Fellaini op het versterkte middenveld. Er werd dan dus gekozen voor drie centrale middenvelders met De Bruyne nog voor hen om de counters te lanceren. Bovendien waren er zo voldoende mensen in de as om steun te geven aan het bestrijden van de flankaanvallen van Brazilië en bij te springen als er gevaar dreigde binnen de eigen zestienmeter. Voorin bleven Hazard en Lukaku steeds hangen om te speculeren op de counter. Beiden stonden ook erg breed zodat ze met hun snelheid de Braziliaanse verdedigers Miranda en Fagner pijn konden doen in de 1:1-situatie. Na de rust was het counterplan niet zo effectief meer. Te veel duels voorin en voorwaartse passes gingen verloren waardoor de Belgen onder druk kwamen. Ook zorgden flankwissels bij de Brazilianen ervoor dat men daar vaak in ondertal kwam. De drie middenvelders voor de defensie hadden nu eenmaal al veel kilometers afgelegd. Martínez greep in door Vermaelen in te brengen als extra centrale verdediger en dus voor extra dekking te zorgen bij eventuele voorzetten. Zo werd het een soort 5:3:1:1. Hazard werd de diepe spits en haalde in een spannend slot nog erg vaak en goed het tempo uit de match met slimme dribbels en het uitlokken van
overtredingen.

Frankrijk (1:3:4:3 / 1:4:3:3)
In de halve finale tegen Frankrijk koos Martínez voor een gelijksoortig plan als dat tegen Brazilië. In balbezit speelden de Belgen met een driemansdefensie, in balverlies in een viermansdefensie. Opnieuw was het Chadli die deze asymmetrie voor zijn rekening nam. In balbezit werd hij rechtermiddenvelder en kon De Bruyne als inside winger op rechts aan de binnenkant komen spelen. In balverlies was Chadli gewoon rechtsback. Rond de tachtigste minuut schakelde België om naar het bekende 1:3:4:3 met Chadli op de rechterflank en Carrasco op de linkerzijde. Mertens en Hazard speelden toen in steun van Lukaku. In de absolute slotfase werd ook Batshuayi nog in de strijd gegooid, wat resulteerde in een soort 1:3:5:2. Het creëerde echter onvoldoende gevaar om de 1-0 nederlaag alsnog af te wenden.

Engeland in troostfinale
De laatste partij tegen Engeland greep Martínez terug naar de strategie van in de beginfase op het WK. In balbezit 1:3:4:3 met Meunier op de rechterflank en Chadli in plaats van Carrasco op de linkerflank. De Bruyne mocht hoger spelen, samen met Hazard, in steun van diepe spits Lukaku. Tielemans kwam in de ploeg als centrale middenvelder naast Witsel. In balverlies werd dit opnieuw een 1:5:2:3/1:5:4:1 afhankelijk van de situatie en de counters van de Belgen bleken opnieuw dodelijk te zijn, vooral in de tweede helft. Net als tegen Brazilië speelde De Bruyne in het medium blok in balverlies als spits met Hazard links en Lukaku rechts van hem in een 1:5:2:3. Wanneer Engeland in gevaarlijkere posities in balbezit kwam, zakten zowel Hazard als De Bruyne wat lager terug in de gekende 1:5:4:1.

9. Verrassing bij spelhervattingen
Op een WK waarin zowat de helft van de goals viel na een spelhervatting, toonde ook het Belgische elftal zich vaak verrassend bij deze situaties. Het was duidelijk dat een tegenstander steeds goed was geanalyseerd om vervolgens te proberen de zwakke zone uit te buiten. De corners werden ook vaak getrapt door verschillende spelers om verwarring te zaaien. In de openingswedstrijd tegen Panama was dit heel opvallend. De Panamezen hadden veel tijd nodig om in de juiste defensieve posities te komen én lieten bovendien veel ruimte open liggen aan de rand van het zestienmetergebied. België speelde daar slim op in door de hoekschoppen snel en in diverse uitvoeringen te nemen. In de eerste variant is het Lukaku die de bal kort komt vragen bij Hazard. De Panamezen vergeten Mertens echter uit het oog die inloopt en de bal krijgt in een erg gevaarlijke positie voor doel. In een volgende variant is de situatie gelijkaardig: De Bruyne achter de bal, Hazard komt kort vragen en opnieuw Mertens krijgt een gevaarlijke schietkans in de zwakke zone van de Panamezen. Ook tegen Brazilië was het inventief. Spits Gabriel Jesus verdedigde op een matige manier de eerste zone wat de Belgen vooraf hadden gezien. Kompany kwam gevaarlijk die eerste zone in duiken. De 0-1 valt ook op die manier: Kompany kopt door in de eerste zone en een ongelukkig eigen doelpunt van Fernandinho is het resultaat. Ook in balverlies staan de Rode Duivels bij hoekschoppen steeds goed georganiseerd. Meestal met de lange Fellaini (indien in de basis) in de eerste zone en mandekking in de zestienmeter. Anders moet Lukaku vanwege zijn lengte deze taak van Fellaini
overnemen. Speelt Fellaini, dan kan Lukaku voorin blijven om samen met Hazard meteen gevaarlijk te zijn in de omschakeling.

Om dit artikel te bekijken moet je zijn ingelogd en geabonneerd op CoachVak.

Inloggen Abonneren

 

Delen
Gerelateerd

Henk de Jong wil met SC Cambuur geen grijze muis zijn

Zelden kreeg een team meer doelkansen dan SC Cambuur tegen FC Den Bosch in de […]
Lees verder

Ruimtes optimaal benutten voor dynamisch aanvalsspel

Onder leiding van trainer-coach Dennis Meadows (39)  is de hoofdmacht van voetbalvereniging Alcides uit Meppel […]
Lees verder

‘Beste talent moet beste programma hebben’

Naarmate het eerste elftal beter presteert en dus de eisen hoger worden, wordt het voor […]
Lees verder
  • Home
  • Vakblad
  • Mediatheek
  • TrainingsPlanner
  • CoachVak
  • Academie
  • Shop
  • Artikelen
  • VBT Basis
  • Meer
    • Trainer gezocht
    • Nieuwsbrief
    • Top 200
    • Rinus Michels Awards
    • Ideeënbox
    • Adverteren
    • Abonneeservice
    • Klantenservice
    • Contact
Abonneren Inloggen
Een uitgave van

Over De Voetbaltrainer

Als trainer/coach wil jij je blijven ontwikkelen. 

De Voetbaltrainer maakt dit op een leuke én effectieve manier mogelijk. Je vindt over nagenoeg elk onderwerp vakinformatie in de vorm die bij jou past. 

Met De Voetbaltrainer lees, bekijk en leer je alles over het trainersvak, waar en wanneer jij maar wilt.

Onze uitgaven

  • Vakblad
  • Mediatheek
  • TrainingsPlanner
  • Academie
  • CoachVak
  • VBT Basis

Contact

  • Over ons
  • Contact
  • Abonneeservice
  • Klantenservice
  • Nieuwsbrief

Volg De Voetbaltrainer

  • Disclaimer
  • Leveringsvoorwaarden
  • Cookiebeleid
  • Privacyverklaring
  • Privacy instellingen
  • Eisma Content Marketing
  • Studio Eisma