Veel waardering voor de innovatieve speelwijze, te weinig punten door gebrek aan kwaliteit in de eindfase en daardoor de poulefase niet overleefd. Dat is de slotsom van het WK-avontuur van Australië en zijn voornamelijk Nederlandse staf onder leiding van bondscoach Bert van Marwijk. Hij stelde De Voetbaltrainer in staat om tijdens en na afloop van het toernooi door skype- en livesessies een voetbalinhoudelijke reportage van binnenuit te maken. Alle ingrediënten daarvoor werden op Van Marwijks voorstel aangedragen door assistent-trainer Roel Coumans, Technisch Coördinator Taco van den Velde en scout Rob Servais.
Werken aan de speelwijze
De Voetbaltrainer legt al vanaf het begin van zijn trainerscarrière de ontwikkeling van Bert van Marwijk in een lange reeks van interviews vast. Daaruit blijkt dat hij naast een aantal vaste basisprincipes open blijft staan voor nieuwe ontwikkelingen. Zijn ontwikkeling als coach was goed te zien bij zowel Saoedi-Arabië als Australië, dat Van Marwijk zowel in balbezit als bij balverlies liet spelen op een dominante manier. Er waren momenten in 2013 en 2016 waarbij daarvoor de basis werd gelegd. Beide keren zat Van Marwijk samen met Mark van Bommel als NOS-analist op de tribune tijdens een topduel in de Champions League. Vijf jaar geleden was dat in de Duitse CL-finale tussen Borussia Dortmund en Bayern München. Het tweetal verwachtte dat de twee centrale verdedigende middenvelders bij Dortmund, Gündogan en Bender, beurtelings het Bayern-loopwonder Thomas Müller zouden opvangen. Zoals Van Marwijk dat als bondscoach ooit zelf van het duo Nigel de Jong/Mark van Bommel verlangde. Tot hun verbazing lieten Gündogan en Bender diezelfde Müller in hun rug weglopen. Het duo focuste zich niet op hem maar op de juiste onderlinge afstanden en het op het juiste moment drukzetten als bij Bayern München de as-spelers Schweinsteiger en Martinez in balbezit kwamen. Door hun positie, de onderlinge afstanden en het vooruit verdedigen voorkwa- men zij dat de inspeelpass op Müller of de Kroatische spits Mandzukic kon worden gegeven. En wanneer dat toevallig wel een keer gebeurde, zette meteen een van de centrale verdedigers van Borussia druk. Die ervaring sloot naadloos aan op de gesprekken die Van Marwijk voerde met Taco van den Velde over deze materie. De journalist had in die periode al een interview van Michael Carrick in Four Four Two met hem gedeeld. Volgens het clubicoon van Manchester United is het in het topvoetbal essentieel dat je als middenvelder niet je tegenstander verdedigt maar de ruimte. Je mag je als centrale middenvelder bijvoorbeeld nooit laten weglokken naar de zijkanten. De belangrijkste taak is namelijk het voorkomen van de inspeelpass door het centrum op de spits. Als team kom je meteen in de problemen wanneer de tegenstander daar namelijk in slaagt. Het gaat erom dat je bij balverlies in deze positie de tegenstander onder druk zet, de passlijn naar voren afschermt en hem een bepaalde kant op dwingt. Je moet dus het lef en het inzicht hebben om soms voor je directe tegenstander te ruimte te verdedigen. En dat was precies wat Gündogan en Bender die avond hadden gedaan. (Hele artikel via https://bit.ly/2uxX0jQ). Het tweede moment doet zich voor op 13 september 2016 als PSV in eigen huis met 0-1 verliest van Atletico Madrid. Weer zitten Van Marwijk en Van Bommel naast elkaar op de tribune. Nu kijken ze vol bewondering naar de veldbezetting en de gedisciplineerde uitvoering van de zonedekking nieuwe stijl bij Atletico Madrid. Nieuwe gespreksstof is geboren: het ontleden van de aanpak van Diego Simeone, hun collega bij Atletico. De Australische spelers ondervonden het resultaat aan den lijve. In het trainingskamp in Turkije kwam bijvoorbeeld de bekende Simeone-oefening 6:6 terug waarin de algemene principes van het zoneverdedigen en het druk vooruit zetten worden getraind. Die algemene vorm is door Van Marwijk en Van Bommel uitgebouwd naar specifieke oefenvormen waarbij het hele elftal wordt betrokken. Die vormen werden met video opgenomen en in de avonduren aan de ploeg getoond om te laten zien wat er goed ging en wat er kon worden verbeterd. Het is in de voorbereiding een regelmatig terugkomend blok en belangrijk onderdeel wanneer het verdedigen werd getraind.

Teamdynamiek
Topcoaches investeren veel in de teamdynamiek. Hoe pakt Bert van Marwijk dat aan?
Taco van den Velde: ‘Bert schat heel goed in wat een ploeg op een cruciaal moment exact nodig heeft. Ik denk dat het een mix is van ervaring en gevoel die daarbij de doorslag geeft. Ik herinner me bijvoorbeeld een wedstrijd van Saoedi-Arabië tegen Thailand. In de voorbereiding kregen we te maken met een gehavende selectie. Bij de laatste training voor een belangrijk duel haakte vervolgens ook nog onze spits af met een behoorlijke blessure. Na afloop van die laatste training merkte je dat de stemming in het team tot ver onder het vriespunt was gedaald. In de spelersbus zat iedereen er voor dood bij. Onaangekondigd en buiten het dagschema om riep Bert vlak voor het eten de groep bij elkaar en hield een peptalk waardoor zelfs de staf nog het gevoel kreeg dat ze een dag later de tegenstander zouden gaan opvreten. Later vertelde Bert me dat hij vooraf niet precies wist wat hij zou gaan zeggen, maar dát er iets moest gebeuren, wist hij zeker. Dit soort momenten waarbij hij precies op het juiste moment de juiste dingen doet en zegt, heb ik vaker meegemaakt. Een voorbeeld: In het trainingskamp in Turkije besloot Bert in eerste instantie om de vier afvallers voor de definitieve WK-selectie in de groep bekend te maken. Het idee was dat ze dan steun aan elkaar zouden hebben. Bert legde dit voor aan de groep en iedereen knikte. Ze vonden het ook wel een goed idee. Daarna stond een speler weifelend bij de lift en Bert vroeg: ‘Wat is er?’ Heel schoorvoetend kwam er toen uit dat hij zelf liever een slechte boodschap in een individueel gesprek zou willen horen en niet in de groep. Bert is dan niet zo rechtlijnig dat hij zo’n signaal negeert. Er werden meerdere spelers apart gepolst over de procedure en uiteindelijk kwamen die individuele gesprekken er alsnog. Naar de spelers toe is Bert echt de baas, maar van de andere kant merken spelers ook dat hij luistert en dat ze dus gemakkelijk naar hem toe kunnen komen. Door die combinatie dwingt hij veel respect bij de spelers af. Het belangrijkste is dat Bert duidelijkheid verschaft. Zowel in zijn selectiebeleid als de manier van spelen en de taken die daarbij horen. Elke speler binnen de selectie weet al in een vroeg stadium voor welke positie hij nummer 1 of nummer 2 is. Ook de spelers op de bank weten precies voor welke positie zij in aanmerking komen en welke taken daarbij horen. Wat hij ook goed bewaakt: je moet als trainer je spelers niet overladen met informatie. Die fout wordt vaak gemaakt als de uitvoering blijft haperen. Trainers denken vaak dat spelers ook als trainers denken en dat ze alles kunnen uitvoeren wat je ze opdraagt. De praktijk is vaak anders. Bert van Marwijk realiseert zich dat. Als wij weer met nieuwe informatie kwamen, waarschuwde hij soms dat de spelers qua informatieoverdracht aan hun plafond zaten. Er komt een moment dat je dat moet accepteren. Bert formuleert het zo: ‘Trainers zeggen vaak dat hun elftal meerdere systemen beheerst. Maar de waarheid is dat dit in de uitvoering maar heel weinig zo blijkt te zijn.’ De trainer kan al die systemen misschien wel beheersen maar het elftal niet. Daarom gaat Bert altijd voor duidelijkheid: spelers moeten eerst leren in een bepaalde organisatie te spelen en precies weten wat hun taken zijn. Als die organisatie voor iedereen duidelijk is, zie je spelers in de volgende fase door de vele trainingen beter worden en uiteindelijk vaak boven zichzelf uitstijgen. Die ontwikkeling hebben we zowel bij Saoedi-Arabië als Australië kunnen zien. Daarmee onderscheidt Van Marwijk zich van coaches, die zelfs in de eindfase van een voorbereiding nog wisselen van veldbezetting en basisspelers. Dat hebben we ook dit WK weer gezien. Dat is voor Van Marwijk ondenkbaar. Daarom zoekt Bert ook altijd naar oplossingen binnen de eigen veldbezetting als we tegen een ander systeem spelen. Binnen je eigen manier van spelen moet je in staat zijn om ook tegen andere systemen en veldbezettingen te spelen. Daarbij kijkt hij juist niet alleen naar mogelijke problemen, maar hij denkt juist aanvallend. Waar kunnen we de tegenstander pijn doen, waar hebben we een mannetje meer en hoe buiten we dat uit? Kijk naar de beste teams en kampioenen in de internationale topcompetities, op EK’s en WK’s. Dat zijn nooit ploegen met trainers die steeds van systeem en spelers wisselen. Dat zijn teams die meestal al geruime tijd in een vaste samenstelling spelen, waarbij de spelers samen gegroeid zijn in de uitvoering van de herkenbare speelwijze. Het is mooi om te zien dat je de bevestiging dat dit werkt ook terugkrijgt op het veld. Elke speler van Denemarken en Frankrijk is individueel beter dan die van Australië maar toch had Australië in die duels meer balbezit en een beter positiespel. Het is jammer dat je dit niet vertaald zag in een beter resultaat.’

Analyse tegenstander
Rob Servais: ‘John Metgod en ik waren verantwoordelijk voor de scouting van de tegenstanders van Australië. In maart ben ik gestart met het analyseren van Peru dat in Amerika oefenwedstrijden speelde tegen IJsland en Kroatië. In dezelfde periode bekeek John al een keer Frankrijk en Denemarken. In totaal hebben we deze landen dertien keer geanalyseerd. Bert van Marwijk wil graag dat we bij ons scoutingswerk van onze eigen ploeg uitgaan. Zijn voetbalfilosofie is namelijk dat je tegen elke tegenstander zoveel mogelijk je eigen spel moet proberen te spelen. Hij is dus geen coach die tot in het kleinste detail om informatie over de tegenstander vraagt. Hij vindt vooral belangrijk dat we het gedrag van de tegenpartij kunnen inschatten als Australië in balbezit is. Laat die toe dat we ons eigen spel kunnen spelen? Waar en hoe zet men druk? Dekken de middenvelders door? Is er voldoende ruimte om bijvoorbeeld onze nummer 10 tussen de linies aan te spelen? Kan dat het beste door het centrum of via de zijkanten? Dekken de centrale verdedigers door op onze nummer 10? Dat soort informatie vindt Bert cruciaal. Vooral daarop selecteren we ook de wedstrijdbeelden. De belangrijkste wedstrijden om te analyseren vindt hij de duels waarin de komende tegenstander speelt tegen een team waarvan de spelopvatting aardig lijkt op die van ons. Zo ben ik eind mei naar Frankrijk-Ierland gaan kijken. Qua intentie week het spel van de Ieren in dat duel helemaal af van Australië. Dan weet ik na afloop dat het een bijna overbodige reis was. Terwijl John Metgod een paar dagen later met waardevolle informatie terugkwam, omdat Italië in een vriendschappelijk duel tegen Frankrijk in de tweede helft wel van eigen kracht uitging. Interessant was hoe Frankrijk daarop reageerde. Om dezelfde reden leverde Zweden-Denemarken bruikbaar materiaal op. In Rusland was het spelershotel van Australië in Kazan ook de thuishaven van de scouts. Het eindrapport over elke nieuwe tegenstander, inclusief beeldmateriaal, boden we in eerste instantie aan Roel Coumans aan. Hij was eindverantwoordelijk voor de presentatie over de komende tegenstander en diens vermoedelijke formatie. Ook vatte hij al die informatie samen in beelden die werden gebruikt voor de teamtactische training die steeds twee dagen voor de wedstrijd stond gepland. Voor het selecteren van de beelden maakten we gebruik van InStat en Wyscout, analysesystemen die door clubs worden gebruikt. Het voordeel was dat de wedstrijdbeelden na een WK-duel heel snel beschikbaar waren en ook nog eens gemakkelijk te editen waren. Ook vonden we in Wyscout alle opstellingen en formaties van de tegenstanders terug en veel data over de individuele spelers. Bijvoorbeeld of een speler diepgang heeft, tweebenig is, zijn gewicht en lengte en hoeveel wedstrijden hij heeft gespeeld. Daardoor kun je als scout goed voorbereid naar een wedstrijd gaan van een team dat je nog niet eerder live hebt gezien. Dat laatste is echt van belang. Je kunt een tegenstander onvoldoende analyseren op basis van tv-beelden. Het echte gevoel bij een elftal krijg je pas als je in het stadion zit. Dan heb je het overzicht over het hele veld. Vooral de belangrijke positiewisselingen, afstanden tussen de linies of bijvoorbeeld de wijze van opschuiven naar de balkant kun je in het stadion beter in kaart brengen. Waar ik specifiek naar kijk? Als de keeper van de te analyseren ploeg de bal heeft, wil ik weten hoe graag de verdedigers opbouwen. Dat kun je zien aan hun gedrag, bijvoorbeeld aan hoe snel ze vrijlopen. Willen ze ook nog opbouwen als de tegenstander hen meteen probeert vast te zetten? Of kiezen ze dan meteen voor de lange bal? Die keuze zegt veel over de voetbalintentie van een team. Ook kijk ik welke spelers zich comfortabel voelen bij een zorgvuldige opbouw. Zelfs op WK-niveau zie je rechtsbenige linker centrale verdedigers. Christensen van Denemarken bijvoorbeeld, terwijl ze met Jens Stryger Larsen ook nog eens een rechtsbenige linksback in huis hadden. Daar kun je je voordeel mee doen door die kant eerst wat vrij te laten en dan vanaf het midden naar de zijkant druk uit te oefenen. Onder druk koos dat tweetal snel voor de lange bal. Op het middenveld verzaakte een topspeler als Eriksen na de openingsfase vaak zijn verdedigende werk. Hij zette wel hoog druk, maar bleef daarna meestal diep staan. Door die analyse konden wij tegen de Denen een 3:2-meerderheid op het middenveld creëren. Dat soort informatie vindt Bert van Marwijk natuurlijk essentieel. Veel WK-teams hebben in een 1:4:2:3:1-formatie gespeeld. Dan let ik goed op de twee verdedigende middenvelders. Voelen zij zich prettig als ze in de ruimte tussen de spitsen en het middenveld van de tegenpartij in balbezit komen? Bij nogal wat teams is dat niet het geval en dan kun je ervoor kiezen om op dat duo meteen druk te zetten als die twee in die zone in balbezit komen. Menig WK-team koos bij balverovering graag voor een snelle omschakeling. Maar ook dan gaat het ons om de intentie. Kiest een team meteen voor een lange bal om weg te zijn van het eigen doel of versnellen enkele spelers doelgericht en in hoog tempo in voorwaartse richting? Als bijvoorbeeld Frankrijk de bal verovert, gaan vooral de backs heel snel naar voren. En wat doet een ploeg bij balverlies? Wil men de bal meteen terugwinnen? Gebeurt dat door collectieve pressing of is dat meestal een eenmansactie in de buurt van de bal en gaat de rest meteen in de organisatie staan? Ook dit WK heeft weer aangetoond dat er geen enkel ploeg is die alle tactische facetten beheerst. Zelfs wereldkampioen Frankrijk had een minder sterke kant: de drie topspitsen van Frankrijk blonken met al hun kwaliteiten niet uit in het collectief drukzetten als de verdediging van de tegenpartij in balbezit kwam. Ze deden dat ongecoördineerd en niet agressief. De middenvelders schoven ook niet meteen bij. Dus konden wij in de opbouw vrij eenvoudig door die eerste linie breken en waren we aan het voetballen. Dat is een van de keuzes geweest waardoor we er tegen de Fransen een echte wedstrijd van konden maken.’

Frankrijk
Ondanks het (ongelukkige) verlies was er internationale waardering voor de prestatie van Australië tegen topfavoriet Frankrijk. Hoe kon het dat Frankrijk zoveel moeite had met het spel van de Socceroos? Roel Coumans: ‘Frankrijk speelde exact zoals verwacht. In balbezit schoof met name linksback Hernández hoog op en liet middenvelder Paul Pogba zich inzakken in de zone die Hernández had verlaten. Tegenstanders die mandekking speelden, werden zo uit elkaar gespeeld. De buitenspeler volgde namelijk de opgekomen Hernández en de middenvelder stapte uit naar Pogba. Die speelde dan vervolgens de centrale verdediger aan, die op zijn beurt de bal tussen de linies speelde waar Mbappé die naar binnen was gekomen simpel kon worden bereikt. We hadden dat verwacht en daarop geanticipeerd bij de trainingen en met animaties tijdens de besprekingen. Dat had aantoonbaar effect. Rechtsbuiten Leckie nam de zone van Pogba over, linksback Hernández werd opgevangen door onze eigen rechtsback Risdon en de passlijn van de centrale verdediger Umtiti naar linkerspits Dembélé werd afgesloten door Nabbout of Rogic en de controlerende middenvelder Jedinak daarachter. Daarachter kneep bovendien centrale verdediger Sainsbury samen met de rest van de ploeg naar rechts. We losten het dus op met het verdedigen van de ruimte zoals we dat getraind hadden. Aan de andere kant gebeurde precies hetzelfde met de spelers aan de linkerkant, waardoor Frankrijk ei- genlijk alleen nog maar de omschakeling en de individuele kwaliteit overhield als aanvallende wapens. Bij balverlies speelden we 1:4:4:2. In de trainingen was gebleken dat onze aanvallende middenvelder Rogic en onze spits Nabbout te veel achter elkaar speelden waardoor er bij balverlies een 1:4:4:1:1-formatie ontstond. Die formatie was kwetsbaarder voor passes tussen onze linies en vooral die naar de naar binnenkomende spitsen Dembélé en Mbappé. Door ze naast elkaar te laten spelen konden de centrale verdedigers van Frankrijk niet meer zo eenvoudig die inspeelpass versturen. Dat bleef zelfs zo als centrale middenvelder Kanté inzakte. We hebben in de rust in de kleedkamer beelden kunnen laten zien van onze opbouw en de enorme ruimtes die ontstonden als we de bal geduldig (maar snel) naar de vrije man konden plaatsen. Bij balverlies was er geen echte georganiseerde druk op de bal vanuit de Franse aanval of middenveld. Pogba en Tolisso waren ook niet zo scherp in het doordekken waardoor Kanté vaak te hulp moest schieten. Met beelden konden we daarom in de rust laten zien dat Rogic steeds de vrije man was die we konden aanspelen. Uiteraard overheerste na afloop het gevoel van teleurstelling. Maar er ontstond ook bevestiging en vertrouwen in onze manier van spelen. Ook tegen Denemarken en Peru waren er zeker winstkansen. Het was jammer dat we in deze selectie voor de goal, dus in de derde fase, te weinig kwaliteit hadden. We hadden geen spits op WKniveau of een speler die in de eindfase door een individuele actie beslissend kon zijn. Dan moet je het in andere dingen zoeken. Scoren moest daarom met deze selectie vooral een teamgebeuren worden. Zo benadrukten we bijvoorbeeld dat een buitenspeler naar binnen moest komen om voor de goal te verschijnen als aan de andere kant onze buitenspeler doorbrak. Dat was geen vanzelfsprekendheid, hoe gek dat misschien ook klinkt. Veel aandacht besteedden we ook aan de bezetting van de ruimte centraal aan de rand van het zestienmetergebied en de lage voorzet vanaf de flanken. De kans op het creëren van een scoringskans schatten we hierdoor hoger in dan bij een hoge voorzet. Maar ook bij het terugleggen van de bal in die zone ontstond een kwaliteitsprobleem: die laatste pass was vaak (net) niet goed. Spelers kwamen in de ideale positie voor de beslissende assist, maar verloren dan het overzicht. In de rust van het duel tegen Denemarken verduidelijkten we die cruciale momenten nog eens met beelden. Die situatie deed zich vijf minuten na rust weer voor, maar toch werd opnieuw de verkeerde keuze gemaakt. Jammer, maar we konden de jongens wat dat betreft ook niets verwijten. Als staf hebben we de afgelopen maanden veel respect voor de inzet en bereidheid van de spelersgroep gekregen om zich steeds te verbeteren. We hebben er samen alles aan gedaan.’

Foto’s: Tristan Furney / Football Federation Australia
