Mijn account AbonnerenInloggen
  • Home
  • Vakblad
  • Mediatheek
  • TrainingsPlanner
  • CoachVak
  • Academie
  • Shop
  • Artikelen
  • VBT Basis
  • Meer
    • Trainer gezocht
    • Nieuwsbrief
    • Top 200
    • Rinus Michels Awards
    • Ideeënbox
    • Adverteren
    • Abonneeservice
    • Klantenservice
    • Contact

Home > Artikelen > Ontdekkend leren voetballen (2)

Ontdekkend leren voetballen (2)

1 juli 2018 | Paul Geerars | Jeugdbeleid, Groepstraining, Onder 11/12, Onder 13, Onder 6/7, Coaching, Onder 8/9/10, Leerstijlen, Visie

In De Voetbaltrainer 232 gaven co-auteurs Jeroen Koekoek en Wytse Walinga ons een inkijkje in het boek Ontdekkend Leren Voetballen. In dit boek, dat in het voorjaar van 2017 werd gepresenteerd en tot stand is gekomen na een meerjarige samenwerking met jeugdvoetbaltrainers Stefan Luchtenberg (Onder 13) en Dennis Rosink (Onder 11) van PEC Zwolle, worden wetenschappelijke achtergronden over ‘motorisch leren’ vertaald naar de praktijk. In dit vervolgartikel komen Luchtenberg en Rosink aan het woord, met name over de rol van de trainer.

Wat is spelgecentreerd leren?
Spelgecentreerd leren kenmerkt zich door op maat gemaakte spelvormen, waarbij spelers al spelend beslissingen nemen die passen bij hun niveau. Leren in het spel is wezenlijk anders dan onderdelen los en droog trainen. Jonge spelers zijn gebaat bij gevarieerd oefenen en zoveel mogelijk spelend leren spelen. Trainers kunnen hierbij helpen door spelers de kans te geven speelmogelijkheden te ontdekken (soms impliciet) in plaats van direct oplossingen aan te dragen (zeer expliciet).

Gekoppeld
Stefan Luchtenberg: ‘Wanneer je in je rol als trainer het veld op gaat, en daar met je spelersgroep werkt, ga je ervan uit dat je spelers beter worden. Je hebt je training immers goed voorbereid, je hebt een idee over wat je wilt bereiken en ook over je coaching is nagedacht. Maar toch, het feit dat spelers beter worden is deels een aanname. Want hoeveel beter worden spelers dan precies? Is het rendement dat je denkt dat je behaalt wel groot genoeg? En hoe werkt motorisch leren? Dit soort vragen is voor ons de drive geweest om mee te werken aan de totstandkoming van het boek.’

Vervolgstap

Dennis Rosink: ‘Wanneer je een training voorbereidt, bedenk je van tevoren een aantal methodische stappen. Je kijkt of spelers het spel begrijpen en op een gegeven moment pas je een van die methodische stappen toe. Je maakt bijvoorbeeld aanpassingen in de omgeving, door het veld groter of kleiner te maken. Maar we merkten dat we soms best snel door die methodische stappen heen waren, bijvoorbeeld omdat we het idee hadden dat spelers al meer aankonden. Toch bleef de vraag dan hangen of we wel écht goed gekeken hadden. Want hoe verliep het spel tot aan het moment dat we besloten om een vervolgstap in te zetten? Was het in balans? Of was het, voor aanvallers of verdedigers, te moeilijk
of juist te makkelijk?’

Optimaal
Stefan Luchtenberg: ‘Als trainers willen we heel graag verbetering zien bij de spelers, en ze tegelijkertijd ook de ruimte geven om zelf te ontdekken wat werkt en wat niet werkt. Daartoe zul je altijd moeten starten met observeren. Stel je wilt dat spelers de bal open aannemen, zodat ze gelijk vooruit kunnen spelen of meerdere opties voor zichzelf creëren. Dan kun je natuurlijk, expliciet, gewoon zeggen dat ze ‘open moeten aannemen’. Maar wordt er dan door spelers optimaal geleerd? Spelers gaan dan open aannemen omdat wíj het aangeven, terwijl we juist willen dat ze zélf gaan aanvoelen wanneer die open aanname kan of moet. Dus dat leren impliciet gebeurt.’

Steekbal
Dennis Rosink: ‘Om bij dat voorbeeld van open aannemen te blijven; op latere leeftijd worden wedstrijden beslist doordat iemand vanuit een goede aanname die steekbal geeft waaruit gescoord wordt. Wij zijn dus gaan zoeken naar manieren om spelers op jongere leeftijd te stimuleren om open aan te nemen, zonder dat door middel van coaching aan ze op te leggen. Spelers moeten het zelf ontdekken en dit kan onder andere door ze de vraag te stellen of ze bij het aannemen beide doelen kunnen zien. Of je laat ze alleen scoren in het doeltje met een bepaalde kleur, hetgeen vervolgens steeds wisselt. Hierdoor is de focus niet alleen op de bal gericht, maar ook op de omgeving. Daarnaast kun je een regel instellen dat je alleen maar vooruit mag spelen zodra je open aanneemt, zodat spelers meer gestimuleerd en uitgedaagd worden. Bij dat laatste kunnen ze nog steeds, en ook dát kan een goede keuze zijn, gaan voor de veilige optie door bewust niet open aan te nemen. Bijvoorbeeld wanneer er gelijk druk is van de tegenstander, of dat men ziet dat de ruimte aan de andere kant ligt en de bal uitgehaald moet worden.’

Manipuleren
Stefan Luchtenberg: ‘Wat we eigenlijk willen bereiken is gedragsverandering, niet omdat wij als trainers iets zeggen maar omdat spelers zélf beseffen dat een bepaalde actie de beste is. We zijn samen met Jeroen Koekoek en Wytse Walinga begonnen met een vorm 3:1 + 1 (zie artikel in De Voetbaltrainer 232, red.) en hebben dat gefilmd. Daarna zijn we dat gaan analyseren: wat zien we in dat spelletje allemaal gebeuren? Vervolgens zijn uit die beelden veertien scenario’s gerold, die we stuk voor stuk hebben uitgewerkt. De vorm 3:1 + 1 hebben we uitgebouwd naar 4:2 + 2. In dat 4:2 + 2 kan het doel zijn dat je de aanvallers door de as wilt laten spelen. Want vanuit de as kun je twee kanten op en dat vergroot de kans om tot scoren te komen. Vervolgens hebben we mogelijkheden gezocht om het 4:2 + 2 zodanig te manipuleren, dat die gedragsverandering onbewust vormt krijgt, dus impliciet.(zie trainingsvormen).’

Schotklok
Dennis Rosink: ‘Zodra de trainingsvorm start, ga je vooral observeren. En dat is lastig, want vanuit een helpende rol zeggen trainers te snel en te veel voor. Als je ziet dat er weinig door de as gespeeld wordt, moet je daar niets van zeggen, maar ga je na een tijdje sleutelen aan de vorm. En dat sleutelen gebeurt door bijvoorbeeld aanpassingen te doen in de regels, of in de afmetingen. Ditzelfde geldt voor het scenario waarbij je in 4:2 + 2 merkt dat er te weinig gescoord wordt, omdat het baltempo te laag is (zie trainingsvorm 2). Dan ga je zoeken naar aanpassingen die je kunt doen om op impliciete wijze het verhogen van het baltempo te stimuleren. Zo kun je er bijvoorbeeld voor kiezen om een schotklok in te stellen, iets wat we vooral in het basketbal zien. Die schotklok kan zorgen voor druk, want spelers moeten binnen een bepaald aantal seconden scoren. Maar door ook daar weer met elkaar na afloop over te praten, wordt er door spelers geleerd.’

Ideeën
Stefan Luchtenberg: ‘Door minder voor te zeggen, maar spelers meer zelf aan te laten geven, hebben we bovendien gemerkt dat ze al erg ver mee kunnen gaan in het denken over het spelletje. Na een blokje 4:2 + 2 te spelen, halen we de groep bij elkaar, vertellen wat we zelf zien maar stellen vooral vragen. Tegen de aanvallers: ‘Jullie hebben nu vijf doelpogingen gehad, maar niet één keer gescoord. We hebben zelf ideeën hoe het de volgende keer beter kan. Hebben jullie die ideeën ook? Zo ja, wat voor plan kun je bedenken om het volgende blokje vaker te scoren? Overleg daar eens over met elkaar en laat in het volgende blokje zien wat je bedacht hebt.’ Misschien, en dat merken we na het blokje daarna, vindt men dat er sneller door de as gespeeld moet worden. Of, als we verdedigers vragen hoe het kan dat ze zoveel goals tegen krijgen, vinden ze dat de as juist sneller dicht moet. Eerder stelden we, bewust of onbewust, vaker gesloten vragen, of gaven vanuit onszelf tips. Nu ligt de verantwoordelijkheid meer bij de spelers en gaan ze ontdekken hoe ietsanders en beter kan.’

Rugnummers
Dennis Rosink: ‘Het interessante is, dat je door regels voor de ene partij te veranderen, juist ook de andere partij beïnvloedt. Stel je wilt bereiken dat verdedigers de as beter dicht houden, dan zou je de regel kunnen instellen dat wanneer aanvallers door de as spelen én scoren, het doelpunt dubbel telt. De verdedigers worden daardoor uitgedaagd om nóg beter die as dicht te houden, want ze willen die dubbele punten niet tegen krijgen. Als de bal aan de zijkant is kun je de verdedigers, en dat is dan meer expliciet, vragen of ze elkaars rugnummer nog kunnen zien. Want als dat niet kan, staan ze dus niet goed gestaffeld en dat levert gevaar op zodra de bal in de diepte wordt gegeven.’

Creativiteit
Stefan Luchtenberg: ‘Als je teruggaat naar een van de beginvragen, dus wanneer je overgaat naar een volgende methodische stap, onderschatten we die laatste fase: het experimenterend lukken. Als spelers bijvoorbeeld het 4:2 + 2 steeds beter beheersen, zie je in die laatste minuten van het spel weleens stiftjes, in plaats van een simpel schot. We zijn allemaal gewend om, ook tegen kinderen van acht of negen, te roepen dat ze die bal er gewoon in moeten schieten. Maar als je dat in deze leeftijdgroep al doet op een training, wat doe je dan met hun creativiteit? Eigenlijk blokkeer je die al vroeg, terwijl spelers later in de opleiding toch al genoeg krijgen opgelegd. Wij hebben spelers hier ook over bevraagd: Wat leer je nu vooral thuis en wat leer je vooral op de club? Spelers geven dan aan dat ze op de club vooral tactische principes leren, maar thuis de nieuwe dingen uitproberen. Daar waar ze misschien tegen mindere tegenstanders spelen, in een meer veilige omgeving. En dat is jammer, want óók op de club willen en moeten we spelers meer de ruimte geven om te ontdekken. We willen creativiteit stimuleren, maar wanneer een speler dan iets creatiefs doet vinden we het eigenlijk niet oké. We zijn in Nederland geneigd die experimentele leerfase wat aan de kant te schuiven, terwijl die fase wel degelijk heel belangrijk is voor hun ontwikkeling.’

Beginnend, gecontroleerd, experimenterend
De trainer heeft bij het kiezen en ontwerpen van spelvormen, doorgaans meerdere doelstellingen. Op termijn wil hij dat spelers spelvormen doorlopen, om zo uiteindelijk bij 11:11 uit te komen. Daarnaast wil hij spelers leren omgaan met de variaties (tijd, tempo en richting) binnen een spelvorm, om zo hun flexibiliteit in handelen te vergroten. En de trainer wil een resultaat dat blijvend is, ook wanneer omstandigheden veranderen. Dat betekent dat in de spelvormen niet alleen het beginnend lukken belangrijk is, maar ook het op gecontroleerde wijze beheersen en waar mogelijk met bijna speels gemak experimenteren van belang is. Deze drie manieren van spelen kunnen worden opgevat als drie leerfasen bij het leren spelen van spelvormen.
Fase 1: Beginnend lukken: de speler concentreert zich voornamelijk op lukken, het oplossen van de spelvorm. Het spelen gaat gepaard met fouten en kost veel moeite (de spelers balanceren tussen mislukken en lukken).
Fase 2: Gecontroleerd lukken: het aantal fouten neemt af en het spel wordt steeds doelgerichter en gemakkelijker (de spelers zijn in staat tot effectief lukken).
Fase 3: Experimenterend lukken: vanuit de beheersing zoekt een speler naar nieuwe mogelijkheden en oplossingen (de spelers experimenteren).

Om dit artikel te bekijken moet je zijn ingelogd en geabonneerd op CoachVak.

Inloggen Abonneren

 

Delen
Gerelateerd

Volwaardig trainen op kwart veld

Voor veel (jeugd)trainers is het misschien wel de dagelijkse praktijk: kunnen trainen op (slechts) een […]
Lees verder

Ruimtes optimaal benutten voor dynamisch aanvalsspel

Onder leiding van trainer-coach Dennis Meadows (39)  is de hoofdmacht van voetbalvereniging Alcides uit Meppel […]
Lees verder

‘Beste talent moet beste programma hebben’

Naarmate het eerste elftal beter presteert en dus de eisen hoger worden, wordt het voor […]
Lees verder
  • Home
  • Vakblad
  • Mediatheek
  • TrainingsPlanner
  • CoachVak
  • Academie
  • Shop
  • Artikelen
  • VBT Basis
  • Meer
    • Trainer gezocht
    • Nieuwsbrief
    • Top 200
    • Rinus Michels Awards
    • Ideeënbox
    • Adverteren
    • Abonneeservice
    • Klantenservice
    • Contact
Abonneren Inloggen
Een uitgave van

Over De Voetbaltrainer

Als trainer/coach wil jij je blijven ontwikkelen. 

De Voetbaltrainer maakt dit op een leuke én effectieve manier mogelijk. Je vindt over nagenoeg elk onderwerp vakinformatie in de vorm die bij jou past. 

Met De Voetbaltrainer lees, bekijk en leer je alles over het trainersvak, waar en wanneer jij maar wilt.

Onze uitgaven

  • Vakblad
  • Mediatheek
  • TrainingsPlanner
  • Academie
  • CoachVak
  • VBT Basis

Contact

  • Over ons
  • Contact
  • Abonneeservice
  • Klantenservice
  • Nieuwsbrief

Volg De Voetbaltrainer

  • Disclaimer
  • Leveringsvoorwaarden
  • Cookiebeleid
  • Privacyverklaring
  • Privacy instellingen
  • Eisma Content Marketing
  • Studio Eisma