Mijn account AbonnerenInloggen
  • Home
  • Vakblad
  • Mediatheek
  • TrainingsPlanner
  • CoachVak
  • Academie
  • Shop
  • Artikelen
  • VBT Basis
  • Meer
    • Trainer gezocht
    • Nieuwsbrief
    • Top 200
    • Rinus Michels Awards
    • Ideeënbox
    • Adverteren
    • Abonneeservice
    • Klantenservice
    • Contact

Home > Artikelen > Sigrid Olthof over ‘small-sided games’: heilige graal van Nederlandse voetbal

Sigrid Olthof over ‘small-sided games’: heilige graal van Nederlandse voetbal

29 juni 2019 | Paul Geerars | Jeugdbeleid, Groepstraining, Wetenschap, Onder 11/12, Onder 6/7, Onder 8/9/10, Visie

Small-sided games, ook wel ‘kleine partijspelen’ genoemd, zijn oefenvormen die afgeleid zijn van de wedstrijd. Er zijn één of meerdere aanpassingen gedaan in de veldafmeting, het aantal spelers en/of spelregels. Ze worden gebruikt om gelijktijdig fysieke, technische en tactische vaardigheden van voetballers te trainen. Met aanpassingen in de small-sided games kan de trainer-coach de beschikbare tijd en ruimte voor spelers wijzigen, waardoor ze bijvoorbeeld meer of minder gaan rennen, meer of minder tijd krijgen voor voetbalhandelingen en verder van elkaar af of dichterbij elkaar gaan staan.

Bevragen
Sigrid Olthof: ‘Wanneer je een rondje maakt langs de Nederlandse trainingsvelden, zie je in het jeugdvoetbal iets opvallends. Er worden vaak partijvormen gespeeld met weinig spelers, op een relatief klein veld. Deze kleine partijspelen, de small-sided games, zijn vormen waarbij je de regels als het ware kunt manipuleren. Denk daarbij aan het aantal spelers, de afmetingen van het veld, het aantal keer raken, de manier van scoren et cetera. De twee maatregelen die het meeste invloed hebben op het spel, betreffen aanpassingen in het aantal spelers en in de ruimte waarin gespeeld wordt. Mijn onderzoek gaat met name over de combinatie hiervan, dus die aanpassingen die trainers maken aan de afmetingen op basis van het aantal spelers. Door op kleine veldjes te trainen, trainen we zeker bepaalde handelingen die je terugziet in de wedstrijd. Maar, en dat is de kern, door small-sided games alleen maar in kleine ruimtes te spelen, blijven andere voetbalhandelingen onderbelicht. De velden aanpassen naar wedstrijdechte afmetingen is een oplossing voor dit probleem.’

 

Dicht op elkaar
‘Ga voor het gemak eens kijken bij een willekeurig partijtje 5:5, gespeeld op een veld van 50 bij 35 meter (zie tekening 1). Dan valt je het volgende op: de spelers staan een stuk dichter op elkaar, op 6 à 8 meter. Dat is een stuk dichter op elkaar dan de 12 à 15 meter zoals tijdens de wedstrijd het geval is. Daardoor is er eigenlijk alleen maar sprake van korte passes, die snel worden onderschept of waarbij de aangespeelde medespeler direct in duel komt. Bovendien blijven de ballen vrijwel altijd laag, waardoor er amper wordt gekopt. De noodzaak voor de verdedigende partij om georganiseerd druk te zetten is er niet, want spelers staan sowieso al compact en dicht op hun tegenstander. De momenten van verdedigen en aanvallen volgen elkaar in hoog tempo op, want het is heel moeilijk om op zo’n klein veld de bal langdurig in de ploeg te houden. Doordat spelers dicht op elkaar staan, zie je veel fouten en zie je veel duels. Met name voor de speler aan de bal is er uitdaging, maar hoe zit dat met de rest?’


Small-sided game 5:5, gespeeld op een veldgrootte die je vaak op trainingsvelden ziet

Fel
‘Nu kun je je natuurlijk afvragen of hetgeen zojuist benoemd is, erg is. Het ligt er namelijk maar net aan wat je beoogt met een small-sided game. Stel je wilt de handelingssnelheid verbeteren of juist zorgen voor meer duels, dan is spelen op een klein veld zeker geschikt. Ook in de wedstrijd komen spelers weleens in een kleine ruimte, waarin ze snel moeten handelen en duels aangaan. Maar als dat gebeurt, roept de trainer vanaf de kant dat je op zoek moet naar een vrije medespeler of ruimte. In een small-sided game op een veld zoals in tekening 1 is die ruimte heel anders dan in de wedstrijd en heeft de speler geen mogelijkheid om een bal uit te halen. Bovendien, het partijtje dat gespeeld wordt, lijkt door al die duels fel, al mag je je met recht afvragen hoe echt dat is.’

Fysiek onderpresteren
‘Door het kleine veld worden de onderlinge afstanden tussen spelers automatisch kleiner dan in de wedstrijd. Hierdoor verandert de tijd en ruimte die spelers op het veld ervaren en daarmee dus de timing wanneer ze een duel moeten aangaan. Doordat spelers dichter op elkaar staan en er weinig vrije ruimte is, valt er fysiek trouwens ook iets op. Spelers sprinten minder, leggen minder afstand af en lopen minder high intensity runs. Wanneer trainers doordeweeks variëren in hun veldafmetingen en daarmee 5:5 in grotere ruimtes zouden trainen, creëer je grotere ruimtes op het veld en tackle je dat probleem van fysiek onderpresteren.’

Wedstrijd nabootsen
‘Als je op zaterdag kijkt bij een 11:11, dan zie je een veld van 105 x 68 meter en op dat veld spelen twintig spelers en twee keepers. De bal verschuift van de ene naar de andere helft, hetzij over de grond dan wel door de lucht. Spelers worden uitgedaagd, omdat ze een oplossing kunnen zoeken, zowel dichtbij als in de diepte. Medespelers moeten zorgen voor afspeelmogelijkheden en de verdedigende partij moet samen verdedigen. Ook de keeper speelt een belangrijke rol. Hij heeft ruimte voor zich die verdedigd moet worden, hij leert anticiperen op een eventuele dieptebal. Hij moet, in dat uitkomen, leren timen. Er is samenwerking met verdedigers, die al dan niet op buitenspel spelen en op elkaar moeten letten. In het begin van mijn onderzoek kwam ik erachter dat er op fysiek, technisch en tactisch gebied veel verschillen zijn tussen deze wedstrijd en ‘traditionele’ small-sided games. Het doel was dus om small-sided games zodanig te ontwerpen dat we de fysieke, technische en tactische elementen uit de wedstrijd beter nabootsen. De centrale vraag van mijn onderzoek is dan ook geweest: Wat zijn optimale small-sided games, zodat je je spelers zo goed mogelijk voorbereidt op de wedstrijd?’

 

Dezelfde handelingen
‘Wanneer je doordeweeks dezelfde handelingen wilt zien als in de wedstrijd en bijvoorbeeld 9:9, 7:7, 5:5 of een afgeleide daarvan wilt spelen, zul je heel goed moeten kijken naar de grootte van het veld dat je gebruikt. Ik adviseer dus om relatief gezien dezelfde ruimte als in de wedstrijd te gebruiken. Daarmee creëer je ruimte voor de aanvallende partij, waarmee variatie komt in de handelingen: passes over afstanden zoals in de wedstrijd, dribbels, vrijloopacties van spelers in de diepte. Bovendien wordt de verdedigende partij ‘wedstrijdecht’ uitgedaagd. Die moeten ineens uitstappen om ruimte te verdedigen. En zodra één verdediger uitstapt, zullen de andere verdedigers moeten knijpen om de as dicht te houden. Je kunt bovendien met buitenspel gaan spelen, zodat ook de ruimte in de rug belangrijk wordt. Daarmee ontstaat ook de fysieke prikkel: de afgelegde afstand, high intensity runs en aantal sprints in deze small-sided games zijn hetzelfde als in de wedstrijd.’

Relative pitch area
‘Om te komen tot wedstrijdechte afstanden bij small-sided games, ben ik eerst gaan kijken hoe die zaterdag er uitziet. Als uitgangspunt hebben we een veld genomen van 105 x 68 meter, afstanden die gangbaar zijn. Op dat veld spelen twintig spelers en twee keepers. Dat betekent dat elke speler ((105 x 68)/22) zo’n 325 m2 individuele ruimte heeft. Dit wordt ook wel relative pitch area of individuele speelruimte genoemd. Natuurlijk, de bal wordt continu verplaatst en spelers staan niet stil. Er wordt met buitenspel gespeeld, dus die 325 m2 is betrekkelijk. Vervolgens maak ik de vertaling van 11:11 naar kleinere aantallen, waarbij die 325 m2 gehandhaafd wordt.’

Voorbeeld: In tekening 1 wordt 5:5 (tien spelers) gespeeld op een veld van 50 meter lang en 35 meter breed. Als je de relative pitch area berekent, kom je uit op ((50 x 35 /10) 175 m2 individuele speelruimte. Minder individuele ruimte heeft als logisch gevolg dat spelers dichter op elkaar staan dan in de wedstrijd. Om in relatief dezelfde ruimte te spelen als in de wedstrijd, zul je een partij 5:5 moeten spelen op een veld van 69 meter lang en 47 meter breed. Dán zijn de verhoudingen gelijk met de wedstrijd. Immers: (69×47)/10 = 324 m2.

Small-sided game 5:5, gespeeld op een veld van 69 x 47, afstanden die overeenkomen met de ruimtes in 11:11 in de wedstrijd

 

Gedrag uitlokken
‘Door 5:5 op 69 x 47 meter te gaan spelen (zie tekening 2), lok je gedrag uit dat past bij de handelingen die spelers in de wedstrijd laten zien. De onderlinge afstanden zijn gelijk aan 11:11, er is ruimte die verdedigd moet worden en diezelfde ruimte kan, bijvoorbeeld achter de rug van de laatste linie, ook worden aangevallen wanneer je er dus voor kiest om met buitenspel te spelen. Je zult merken dat teams ineens langer in balbezit blijven, meer tijd hebben om gericht te bouwen aan een aanval. Het spel op zich wordt natuurlijk wel iets anders, omdat je met minder spelers speelt. Maar de individuele speelruimte per speler is gelijk aan die in 11:11 en dat zorgt ervoor dat de fysieke, technische en tactische prestaties beter overeenkomen met de wedstrijd.’

 

Rol van trainer-coach
‘Tijdens dit onderzoek heb ik veel medewerking gekregen van FC Groningen, Vitesse en PSV. Bij die eerste club heeft men zelfs besloten om op een trainingsveld extra lijnen aan te brengen, waardoor het voor trainers altijd duidelijk is wat reële afstanden zijn bij small-sided games (zie tekening 3). Bij amateurclubs is zoiets ongetwijfeld niet altijd mogelijk, maar trainer-coaches kunnen die veldafmetingen wel van tevoren op hun trainingsvoorbereidingsformulier noteren en vervolgens gebruiken in hun training.

Weergave van ‘wedstrijdechte afstanden’ bij small-sided games (9:9, 7:7 en 5:5)

 

Bij PSV maakten we een heel mooi voorbeeld mee van de gevolgen van het vergroten van het veld. Er werd voor het eerst 5:5 gespeeld in de wedstrijdechte afstanden. In het eerste blokje bleven spelers hetzelfde gedrag vertonen als op dat ze gewend waren van een kleine veldje, namelijk veel ‘in de bal komen’. Maar nadat spelers door de trainer-coach bewust werden gemaakt van de ruimte, werd bij aanvang van de tweede partij de eerste de beste bal ineens hoog en diep gespeeld op een lopende speler. Dat geeft ook aan dat de afmetingen van het veld impliciet kunnen zorgen voor voetbalgedrag, maar dat de rol van de trainer-coach niet te onderschatten valt. Hij is het die zorgt voor beïnvloeding, hij heeft de taak spelers bewust te maken van de ruimte: ‘Kom niet alleen ín de bal, maar maak ook ruimte door weg te lopen.’

 

Enige trainingsmoment
‘Uiteindelijk zit natuurlijk de kracht in de variatie. Partijtjes op een klein veld, met kleine aantallen is gelet op de doelstelling die je hebt, niet verkeerd. Maar beperk je daar niet toe. Je zult spelers ook in kleinere aantallen in wedstrijdechte ruimtes moeten zetten, zodat je ook in bijvoorbeeld 5:5 kunt werken aan wedstrijdspecifieke handelingen zoals dieplopen en het geven van een dieptepass. Pas dan wordt er gezorgd voor een wedstrijdechte fysieke, technische en tactische prikkel. Want wanneer je small-sided games zelden in wedstrijdechte afstanden traint, dan is de wedstrijd dus eigenlijk het enige trainingsmoment.’

Om dit artikel te bekijken moet je zijn ingelogd en geabonneerd op CoachVak.

Inloggen Abonneren

 

Delen
Gerelateerd

Volwaardig trainen op kwart veld

Voor veel (jeugd)trainers is het misschien wel de dagelijkse praktijk: kunnen trainen op (slechts) een […]
Lees verder

Ruimtes optimaal benutten voor dynamisch aanvalsspel

Onder leiding van trainer-coach Dennis Meadows (39)  is de hoofdmacht van voetbalvereniging Alcides uit Meppel […]
Lees verder

‘Beste talent moet beste programma hebben’

Naarmate het eerste elftal beter presteert en dus de eisen hoger worden, wordt het voor […]
Lees verder
  • Home
  • Vakblad
  • Mediatheek
  • TrainingsPlanner
  • CoachVak
  • Academie
  • Shop
  • Artikelen
  • VBT Basis
  • Meer
    • Trainer gezocht
    • Nieuwsbrief
    • Top 200
    • Rinus Michels Awards
    • Ideeënbox
    • Adverteren
    • Abonneeservice
    • Klantenservice
    • Contact
Abonneren Inloggen
Een uitgave van

Over De Voetbaltrainer

Als trainer/coach wil jij je blijven ontwikkelen. 

De Voetbaltrainer maakt dit op een leuke én effectieve manier mogelijk. Je vindt over nagenoeg elk onderwerp vakinformatie in de vorm die bij jou past. 

Met De Voetbaltrainer lees, bekijk en leer je alles over het trainersvak, waar en wanneer jij maar wilt.

Onze uitgaven

  • Vakblad
  • Mediatheek
  • TrainingsPlanner
  • Academie
  • CoachVak
  • VBT Basis

Contact

  • Over ons
  • Contact
  • Abonneeservice
  • Klantenservice
  • Nieuwsbrief

Volg De Voetbaltrainer

  • Disclaimer
  • Leveringsvoorwaarden
  • Cookiebeleid
  • Privacyverklaring
  • Privacy instellingen
  • Eisma Content Marketing
  • Studio Eisma