‘Zodra we op welke manier dan ook de bal veroveren, gaan we dus van verdedigen naar aanvallen. Het is belangrijk om de bal zo snel mogelijk op een goede manier naar voren te krijgen, om zo te profiteren van de desoriëntatie bij de tegenstander. In een ideale situatie, zoals we bij het compact verdedigen net bespraken, veroveren we de bal dus bijvoorbeeld bij de rechtshalf, waardoor er veel ruimte ligt voor onze spitsen om in de rug van de verdediger te duiken. Belangrijk is dat we bij de balverovering het veld meteen groot maken om de bal in de ploeg te houden en de verdediging van de tegenstander meteen uit elkaar te spelen. Dit is overigens ook een los spelprincipe: in balbezit speelveld groot maken.
Zodra de bal veroverd wordt bij de rechtshalf, kan één spits meteen de diepte zoeken, terwijl de andere juist in de bal komt. Daar moet altijd variatie in zitten. (tekening 2) Belangrijk vind ik dat er twee middenvelders bijsluiten. Zeker niet meer. Ik wil namelijk nooit met drie middenvelders voor de bal spelen. Mijn middenvelders hebben nog niet het loopvermogen om over de spitsen heen te gaan, dus ze hoeven daarom alleen bij te sluiten. Onze aanvallende middenvelder gaat in de meeste gevallen naar de penaltystip, de andere sluit aan bij de rand van de zestienmeter voor de afvallende bal. Al zijn die loopacties ook afhankelijk van de loopacties van onze spitsen. Gaat onze linksbuiten naar binnen, heb ik liever dat onze tien er juist weer overheen gaat. Maar goed, dat is een vervolgstap op van verdedigen naar aanvallen, als dat eenmaal goed loopt. De afgelopen week hebben we in alle facetten geprobeerd om het thema ‘verdedigen naar aanvallen’ terug te laten komen. Stap één voor de spelers is dat ze meteen leren diep te kijken zodra ze een bal veroveren en het spel is grootgemaakt. Het spelen van die bal in de diepte is stap twee. We begonnen deze week met een simpel positiespel, 3:3 met twee kaatsers aan kopse kant van een vak (12 bij 14 meter). Zodra het team de bal veroverde, moesten ze de kaatser aan de ene kant van het vak aanspelen, om zo de kaatser aan de kant waar ze de bal veroverden óók vrij te spelen. Op die manier werden de spelers gedwongen om meteen diep te kijken, diep in te spelen en ook bij te sluiten. Idealiter zou ik hier nog een neutrale speler bij willen hebben, zodat de ploeg die de bal verovert makkelijker ook eerst breed of terug kan spelen.
In een wedstrijdechte situatie kan het namelijk goed voorkomen dat je eerst een voorwaardelijke pass moet spelen voor je diep kunt passen. Die neutrale speler hadden we gezien de aantallen echter niet tot onze beschikking. (tekening 3) De andere oefening tijdens de eerste training was een 4:4 partijspel. De aanvallende partij kon scoren op drie kleine doeltjes. De verdedigende partij moest dat voorkomen en kon bij balverovering scoren door de spits, die met twee poppen in zijn rug buiten het vak naar het doel stond, in te spelen, waarna middenvelders mochten bijsluiten en konden afwerken op een groot doel met keeper. Ook hierin stond diep kijken en meteen diep passen richting de spits centraal. Deze oefeningen waren echt bedoeld om de basiselementen in te slijpen: ook de voorwaarde van het druk zetten kwam hier bijvoorbeeld in terug. Je kunt met name die laatste oefening nog sterk uitbreiden door naar de rol van de spitsen te kijken. Hij moet niet te vroeg bewegen, anders is hij al niet meer aanspeelbaar. Bij deze oefening zag je dat onze spits eigenlijk stond te wachten op de bal, terwijl hij bij balverovering juist moet vrijlopen om meteen aanspeelbaar te zijn. Ofwel in de bal ofwel in de diepte. Normaliter willen onze spitsen graag in de diepte worden aangespeeld of in de bal komen en dan wegdraaien om te schieten. Maar deze rol als kaatser moeten ze natuurlijk ook beheersen. Ook voor de middenvelders kun je een stap verder gaan: zodra diegene die de bal verovert diep kijkt, kan hij zien hoe de spits ten opzichte van de poppen staat én wie er kan bijsluiten.
Afhankelijk hoe hij de bal inspeelt, kan hij de spits al dwingen tot afleggen van de bal of hem juist de ruimte geven om weg te draaien en te schieten. Dat zijn allemaal details die je kunt toevoegen aan zo’n oefening. Maar omdat dit de eerste training was en de spelers genoeg moeite hadden met de basiselementen bij dit principe, hielden we het simpel.’ (zie tekening 4)