Han Berger zwaait na het WK af als Technisch Directeur van de Australische voetbalbond. Toen hij ruim vijf jaar geleden down under begon, trof hij een ontwikkelingsland aan als het ging om voetballen. Iedereen deed zijn best maar van een nationaal voetbalbeleid was geen sprake. Hoe anders is dat nu.
Han Berger: “De opdracht voor mij was om lijn te brengen in alles wat met voetballen te maken heeft in Australië.Dat viel nog niet mee, want Australië is een federatie van negen staten en daardoor was er sprake van negen verschillende voetbalbonden. Zo kon het voorkomen dat er in West-Australië volgens een compleet andere visie werd gewerkt dan in Queensland of New South Wales. In Perth (West-Australië) zijn veel Engelse emigranten terechtgekomen, in Adelaide (Zuid-Australië) veel Italiaanse en dat heeft zijn weerslag op de manier van denken over voetbal, het trainen van voetbal en het spelen van voetbal. Door middel van het positioneren van door ons aangestuurde Technisch Directeuren in elke staat konden we in ieder geval de programma’s voor de regionale elitegroepen beïnvloeden en gelijkschakelen. Dat was een goede ontwikkeling, maar vooral gericht op de meest talentvolle spelers voor zover ze waren geïdentificeerd. Maar daarnaast is er nog een enorm potentieel aan voetballers die onontdekt waren of zijn. Australië is ongeveer 200 keer zo groot als Nederland, dus het in kaart brengen van talent is hier een stuk lastiger. Een ander voorbeeld om de grootte van het land te illustreren: In het verleden moest men uit Perth voor de trainerscursus C naar Sydney of Canberra komen; vertaald naar Nederland is dat dus hetzelfde alsof je TC III in Qatar gaat volgen. Inmiddels kan men in de eigen staat de B- en C-trainerscursus volgen. Hetzelfde geldt voor de trainersopleidingen voor het grote vrijwilligerskader, dat een aantal cursusbijeenkomsten heeft en geen examen hoeft af te leggen. Voor FFA/ AFC A en Pro moet men nog steeds naar Sydney of Canberra komen, maar dat is voor dit niveau trainers al veel minder een drempel. Een andere manier om het technisch kader (en dat zijn dus ook goedwillende ouders zonder voetbalervaring) dat actief is op een lager niveau in Australië te beïnvloeden was de ontwikkeling van een nationaal leerplan: ‘The National Football Curriculum’. Dat is een enorm boekwerk geworden dat vooral online als eBook geraadpleegd wordt. Daarin doen we uit de doeken wat we verstaan onder de visie en filosofie van de Australische manier van voetballen en welke manier van coachen en trainen daarbij hoort. Daarbij maken we onderscheid in vier leeftijdsgroepen: 5-8 jaar, 9-12 jaar, 13-16 jaar en 17 jaar en ouder. Per leeftijdsgroep kennen we voor het vrijwilligerskader ook een specifieke trainerscursus. We hopen dat de echte enthousiastelingen hierdoor gestimuleerd worden om vervolgens hun FFA/ AFC C-diploma te gaan halen. Onze nieuwste trainercursus is een specifieke jeugdtrainersopleiding (Youth Clicence) vergelijkbaar met TC III Jeugd in de Nederlandse situatie. Hier is in Australië veel belangstelling voor.”
5/8-jarigen
Han Berger: “In het nationale voetballeerplan zetten we per leeftijdscategorie een aantal uitgangspunten en trainingsvormen op een rijtje. Voor de trainers van 5/8-jarigen gaat het om heel eenvoudige oefenstof, omdat we hier vrijwel uitsluitend te maken hebben met ouders zonder voetbalervaring die de kinderen ‘trainen’. De sport voetbal zit immers nog niet ingebakken in deze generatie ouders, zoals dat in Nederland veel meer het geval is. De oefenstof voor deze leeftijdsgroep stamt grotendeels uit een eerdere FFA uitgave ‘Football for kids’. Met een paar nuanceverbeteringen heb ik dat zo gelaten. Er is dus sprake van heel geïsoleerde vormen aan het begin van de training, vooral gericht op het dribbelen, maar ik heb er voor gezorgd dat er in ieder geval aan het eind van de training kleine partijvormen werden toegevoegd.”


