Ook het afgelopen seizoen speelde Fortuna Sittard zich onder leiding van trainer Danny Buijs snel veilig: knap voor een club die evenals pakweg tien andere clubs elk jaar op zijn tellen moet passen om niet in de onderste regionen verzeild te raken. Buijs is – met uitzondering van zijn uitstapje naar België – een trainer gebleken van lange verbintenissen. Toch ervaart ook hij dat het in het huidige voetballandschap niet altijd eenvoudig werken is, en dat van een trainer vooral veel flexibiliteit wordt gevraagd. Een verhaal over de combinatie van bouwen en overleven, en hoe de trainer van een aloud huishoudelijk artikel gebruikmaakt om spelers bewust te maken van hun houding.
Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 298.
Roofbouw
Je hebt heel snel de stap van profvoetballer naar amateurtrainer op een hoog niveau gemaakt. Wat waren de voornaamste ontwikkelpunten destijds?
Danny Buijs: ‘Voordat ik bij Kozakken Boys instapte, had ik alleen jeugdteams getraind op amateurniveau. Ik heb destijds versneld twee cursussen voor ex-profs gedaan. Begin je als trainer, dan ga je in het begin de training vormgeven zoals je dat als speler gewend bent geweest. Al doende leer je bij, ga je jezelf evalueren en stel je je trainingen bij: hoe kan het efficiënter, hoe kan het leuker? Een les die ik heb geleerd, is dat je jezelf als trainer niet voorbij moet lopen. Ik heb jarenlang roofbouw gepleegd op mezelf. Mijn houding is altijd geweest: als iets niet goed loopt, moet je meer en harder gaan werken. Soms is dat niet de beste oplossing en ben je alleen je eigen fouten aan het compenseren. Waardoor je sneller vermoeid raakt en meer fouten gaat maken.’
De les van ontslag
Je trainersloopbaan wordt tot nu toe gekenmerkt door lange dienstverbanden. Wat heb je geleerd van de korte tijd bij KV Mechelen, waarin het misging?
‘Een aantal dingen. Ten eerste dat je ervoor moet zorgen dat je mentaal en fysiek topfit bent als trainer. Dat was ik op dat moment niet. Na FC Groningen was ik gesloopt, oververmoeid en dus niet in goede conditie. Vier jaar topamateurs is echt zwaarder dan men denkt, de druk is best groot en de competitie is pittig. FC Groningen had het zwaar, supportersaantallen liepen terug en het budget was teruggeschroefd. Dus na die acht jaar was ik op. Ik had een sabbatical year moeten nemen. Maar ik ging naar België, waar de competitie nog eerder begint. Ik had me onvoldoende voorbereid op die competitie, op de club en ik nam niemand mee in mijn staf. Ik begon zonder fysiektrainer, die pas na een paar maanden kwam. Zo kwam het dat we veel blessures hadden en de resultaten achterbleven bij de – overigens niet erg reële – verwachtingen. Er was een versterkte degradatieregeling en op directieniveau was men snel in paniek. Ik kon het uiteindelijk wel goed naast me neerleggen, maar het was vooral een goede les: ben je niet topfit, mentaal en fysiek, dan moet je niet aan zo’n job beginnen. Daarna heb ik wel de tijd genomen om de accu op te laden. In het nieuwe seizoen ben ik ingestapt bij Fortuna Sittard.’

Geen Gekke Henkie
Kijken we naar de speelwijze, dan valt behalve de flexibiliteit in de tactische benadering ook een bepaalde overlevingsdrang op.
‘Een van de eerste dingen die ik tegen mijn ploeg zeg: “Luister, één ding zeker niet doen, er niet mee aankomen dat wij degraderen en dat de tegenstanders zeggen: dat was nou echt een leuke ploeg om tegen te spelen. Die willen lekker voetballen, doen niet moeilijk. Driehoekjes in de eigen zestien, hartstikke mooi.” Leuk man, veertien punten, kansloos gedegradeerd, mensen verliezen hier hun werk, elke week de complimenten en elke week sta je weer met een slecht gevoel. Dan heb ik toch liever dat ze ons een vervelende, nare ploeg vinden om tegen te voetballen maar dat we wel in de Eredivisie blijven. Dat ze hiernaartoe rijden en denken: dit wordt een heel lastige wedstrijd. En laat ze ons dan maar proberen te verslaan. Dat sommige spelers zeggen: “Wat is dan nou voor een voetbal?”, ik snap het niet. Word wakker in de realistische wereld. Kijk hoe je je voelt wanneer je door de nummer zeven uit Engeland in de Champions League kansloos van het veld wordt gepoetst.
Concreet: stel dat ik achterin spelers heb die niet erg comfortabel zijn aan de bal. Het opbouwen vanuit de eigen zestienmeter, met korte combinaties, is niet hun kracht. En ik moet tegen een tegenstander die juist heel goed is in hoog, agressief drukzetten. Dat ben ik toch wel Gekke Henkie als ik mijn spelers de opdracht geef om met korte combinaties vanaf hun eigen doel op te bouwen?’

Leer van de beste trainers
- Acht keer per jaar op de mat
- Interviews, oefenstof en analyses
- Korting op online cursussen
- LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
- Inclusief abonnement op CoachVak
- Inclusief abonnement op VBT Basis
