Een trainer-coach is er om de ontwikkeling van zijn spelers te begeleiden. Dat is een lange termijn proces. In dat proces speelt het geven van feedback een prominente rol. De ene speler gaat daar beter mee om dan de ander. Iedere trainer zal beamen dat juist de feedback belangrijk is om te ontwikkelen. Immers, op die manier kunnen slechte gewoontes worden afgeleerd en worden goede gedragingen versterkt. Als dat het geval is, wat maakt dan dat de ene speler daar meer voor open staat dan de ander? Daarin lijkt de groeimindset een belangrijk rol te spelen. In dit artikel gaan we in op de verschillende aspecten hiervan.

Groeimindset versus statische mindset

Een theorie uit de psychologie die dit fenomeen verklaart is de mindsettheorie van Carol Dweck. Zij heeft onderzoek gedaan naar de reden dat het ene kind een moeilijke taak graag aanging. Terwijl de ander dit juist uit de weg ging. Haar bevindingen waren dat dat werd verklaard door de mindset van het kind. De overtuiging van het kind lagen ten grondslag aan de verklaring die dat kind had voor de oorsprong van succes. Daarin onderscheidde zij twee soorten mindsets: de groeimindset en de statische mindset. Een kind met een statische mindset gelooft dat succes het gevolg is van een aangeboren talent. Een kind met een groeimindset daarentegen is ervan overtuigd dat het zich in alles kan verbeteren, zolang het zich er maar voor inzet. Dit onderscheid bleek voorspellend te zijn voor de manier waarop de kinderen reageerden op moeilijke taken. Hetzelfde geldt voor de spelers in het voetbal.

Gedragskenmerken

De spelers met een groeimindset verschillen in hun gedrag met spelers die een statische mindset hebben. Zowel buiten als op het veld. Een voorbeeld is de manier waarop een speler omgaat met een gemaakte fout. Als hij denkt dat aanleg allesbepalend is, dan vormt een fout een indicatie van een gebrek aan talent. Hij zal sneller geneigd zijn op te geven, want ‘hij kan het nou eenmaal niet’. Ook een speler met de groeimindset maakt niet graag fouten, maar gaat er wel beter mee om. Hij ziet fouten als een essentieel onderdeel van het leerproces. Een fout betekent dat hij iets nog niet kan, maar hij kan het wel gaan leren. Een ander verschil zit bijvoorbeeld in de mate waarin spelers de trainer vragen om hulp of advies. Een rechtsbenige linkerspits met een matige voorzet in zijn linkerbeen kan denken: ik heb nooit met links kunnen voorgeven en zal dat ook nooit leren. Hij zal niet geneigd zijn om de trainer om tips te vragen, want in zijn ogen duidt dat op een gebrek aan talent. In plaats daarvan zal hij zijn gebrekkige trap met links proberen te verbergen. Zo zijn er nog allerlei andere gedragskenmerken waarop beide mindsets zijn te onderscheiden.

groeimindset kenmerken

Groeimindset stimuleren

Een trainer heeft een belangrijke rol in het stimuleren van een groeimindset. Je kunt ze leren hoe belangrijk het is om uitdagingen aan te gaan, dat fouten ervoor zijn om van te leren, dat kritiek niet bedoeld is om je in de put te praten, et cetera. Op die manier reik je ze het juiste gedrag aan. Als dat ertoe leidt dat ze ander gedrag vertonen en ze vervolgens zelf gaan ervaren dat het werkt, kun je daarmee een blijvend effect sorteren. In de praktijk zullen veel spelers op termijn echter weer terugvallen in oude patronen. Naast het beïnvloeden van het gedrag van spelers is het daarom essentieel om een leeromgeving te creëren waarmee je het geloof in ontwikkelbaarheid stimuleert. Om die te creëren, heeft Bart Heuvingh twaalf leerprincipes ontwikkeld die trainers direct kunnen toepassen op de eerstvolgende trainings- of wedstrijddag. Hieronder staan een aantal van die leerprincipes.

Gebruik het ijsbergmodel

Wie Wesley Sneijder met beide benen ballen op doel ziet schieten, legt al snel de link naar een gunstige genetische aanleg. Dat komt omdat we hem vooral zien spelen in topwedstrijden. Zijn jeugdjaren, de uren in het krachthonk en de veldtrainingen zijn niet of nauwelijks zichtbaar voor het grote publiek. Dat is te vergelijken met een ijsberg: daarvan ligt slechts tien procent boven water, de rest ligt onder de waterspiegel. Dat geldt ook voor de tweebenigheid van Sneijder. Door spelers het traject te schetsen dat topspelers als Sneijder hebben doorlopen, leren ze dat de beste spelers van Nederland in hun weg naar de top niet puur konden teren op hun aanleg. Ze hebben veel moeten investeren om beter te worden. Vervolgens is het aan de speler zelf om te laten zien hoeveel hij daarvoor aan de kant wil zetten.

Geef vooral procescomplimenten

Een bijzonder effectief middel om bij je spelers een groeimindset te stimuleren, is het geven van de juiste complimenten. Die kunnen spelers helpen in hun ontwikkeling, terwijl de verkeerde complimenten hun groei juist kunnen belemmeren. Dat kwam geweldig naar voren in het eerder genoemde onderzoek van Dweck. Ruim 400 leerlingen moesten een figuur namaken van draaibare, gekleurde blokken en kregen willekeurig een compliment dat hoorde bij een groeimindset of een statische mindset. Het compliment dat zij kregen, bleek enorme effecten te hebben. Zo koos 92 procent van de leerlingen die een compliment kreeg voor inzet daarna een moeilijke puzzel, tegen 33 procent van de leerlingen die werd geprezen voor intelligentie. De verschillen kwamen alleen voort uit dat ene compliment. Als trainer kun je het geloof in ontwikkelbaarheid bij een speler verhogen door hem te complimenteren voor het proces in plaats van zijn aanleg.

groeimindset procescomplimenten

CoachVak

Ken je CoachVak al? Dat is in feite een online archief van artikelen, onder andere over groeimindset, die de afgelopen jaren in vakblad De Voetbaltrainer stonden. Met de zoekfunctie vind je gemakkelijk en snel de artikelen over onderwerpen waarover je meer wilt weten. Gratis voor abonnees, vanaf €2 per maand voor niet-abonnees.

Meer informatie >>

CoachVak

In CoachVak vind je een archief vol met artikelen uit oude vakbladedities, met een handige zoekfunctie op onderwerp en leeftijdsgroep.