Elke trainer ziet zijn elftal natuurlijk het liefst spectaculair én effectief aanvallen. Maar uiteraard loont het niet om met acht of negen veldspelers tegelijkertijd ten aanval te trekken. De tegenstander zal dan profiteren van de ruimtes die er vallen als zij de bal veroveren. Met een goede restverdediging wordt dit voorkomen.

De term bevat het woord ‘verdediging’, maar het is juist van toepassing tijdens het aanvallen. Als een team balbezit heeft, kiest een deel van het team zo positie dat er kansen kunnen worden gecreëerd, maar houdt een ander deel van het team alvast rekening met eventueel balverlies. Zij zorgen dat de organisatie (restverdediging) zo staat dat balverlies niet direct tot een kans voor de tegenstander leidt.

Veroveren of tegenhouden

Nadat er balverlies is geleden, heeft een team twee hoofddoelen. Het ene doel in de omschakeling van aanvallen naar verdedigen is het zo snel mogelijk heroveren van de bal om zelf weer tot scoren te kunnen komen. Hiervoor is het belangrijk om voldoende mensen rondom de bal te hebben.

Het andere doel heeft te maken met het voorkomen van tegendoelpunten. Dat wil zeggen dat de weg naar de eigen goal wordt geblokkeerd met voldoende spelers. Door genoeg mensen achter de bal te houden, kan de tegenstander niet direct de snelste weg naar het doel zoeken.

Restverdediging heeft met name betrekking op dit tweede doel in de omschakeling na balverlies. Voldoende spelers moeten zich zo positioneren dat de organisatie op orde is. Maar ook het eerste, direct druk op de bal zetten (counterpressing) is belangrijk. Hoe meer druk er op de bal is, hoe gemakkelijker het voor de ‘restverdedigers’ is om een doelpunt te voorkomen.

Restverdediging coachen

Als trainer kun je verschillende dingen doen om ervoor te zorgen dat de restverdediging op orde is.

1. Maak afspraken over aantallen achterblijvende spelers

Allereerst kun je als trainer afspreken hoeveel spelers er in welke situatie achter de bal blijven. Een veelgebruikt principe hierbij is de +1-regel. Dat wil zeggen dat het team dat aanvalt altijd zorgt dat het één speler meer in de restverdediging heeft staan dan de tegenstander in de ‘restaanval’. Dat is in onderstaande afbeelding bij Real Madrid dus niet op orde (want het is 3:3).

Je kunt ook een specifiek aantal veldspelers afspreken dat ‘achterblijft’, bijvoorbeeld vier. Val je aan in de formatie 1:4:2:3:1, dan betekent dit bijvoorbeeld dat beide centrale verdedigers achterblijven, plus minimaal twee spelers uit het viertal backs en centrale middenvelders. Gaan de rechtsback en rechter centrale middenvelder bijvoorbeeld mee naar voren, dan betekent dit dat de linksback en de linker centrale middenvelder voor de controle blijven zorgen.

2. Zorg dat de belangrijkste tegenstanders kort gedekt worden

Je kunt qua aantallen wel aan het afgesproken principe (zoals +1 of vier man die achterblijven) voldoen, maar dat is niet altijd voldoende. De belangrijkste tegenstanders in de counter moeten gedekt worden, of anders moeten de afstanden ten opzichte van deze spelers in elk geval overbrugbaar zijn.

Zo niet, dan staan zij vrij en krijgen ze in de counter tijd en ruimte om een actie te maken of pass te geven. In onderstaande voorbeeld is dit bij Barcelona heel slecht op orde. Gerard Piqué speelt een lange bal, die richting het strafschopgebied van Barcelona wordt gekopt. Daar staat de aanvaller van Levante helemaal vrij. Hij legt breed, waarna Levante scoort.

3. Spreek af wie coacht op de juiste de restorganisatie

Het kan vastigheid bieden om een paar spelers aan te wijzen die de verantwoordelijkheid voor de restverdediging op zich nemen. Dat kunnen bijvoorbeeld de keeper en centrale verdedigers zijn, of een centrale middenvelder met leiderschapskwaliteiten. Zij letten in balbezit op de organisatie en roepen eventueel medespelers terug als die niet op orde is.

4. Laat beelden zien van goede en slechte momenten

Spelers begrijpen over het algemeen beter wat precies de bedoeling is als dit visueel wordt gemaakt. Dit kan in de wedstrijdbespreking gedaan worden met behulp van magneetjes. Een verdiepingsslag kan worden gemaakt met het gebruik van videobeelden, zowel van het eigen team als (inter)nationale topteams. In de Mediatheek van De Voetbaltrainer is hiervoor veel beeldmateriaal beschikbaar.

Mediatheek

Gebruik de Mediatheek om tactische clipjes van wedstrijdsituaties te bekijken en ze met spelers te bespreken.

5. Laat het thema restverdediging terugkomen in trainingen

Door spelers ook op trainingen te confronteren met de manier waarop de restverdediging is georganiseerd, ervaren zij ook waar zij op moeten letten. Hiervoor kun je allerlei ingewikkelde trainingsvormen in elkaar zetten, maar het gemakkelijkst is het te coachen in grote partijvormen (8:8 tot en met 11:11). Daarin is er vaak een overtal in de opbouw achterin en dus ook de mogelijkheid om de restverdediging goed te bewaken. Dit is toch lastiger in partijvormen zoals 4:4, omdat er dan al snel veel 1:1-duels ontstaan het het +1-principe erg lastig toe te passen is.

TrainingsPlanner

In de TrainingsPlanner staan ruim 1.000 trainingsvormen, met video, tekening en beschrijving.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.